
De rentabiliteit van een robotcel in een Belgische KMO hangt niet af van de vervanging van een operator, maar van het meesteren van de verborgen economische variabelen.
- Het ware rendement komt voort uit het beperken van onverwachte kosten zoals stilstand en programmeertijd, niet enkel uit de initiële aankoopprijs.
- De keuze voor een collaboratieve robot (cobot) en de juiste grijper heeft een directe impact op de flexibiliteit en het uitvalpercentage bij high-mix, low-volume productie.
Recommandation : Baseer uw business case op een techno-economische analyse van de Totale Eigendomskost (TCO) en betrek uw operationeel team vanaf de start om de acceptatie en dus de productiviteit te maximaliseren.
Als productiemanager in de Belgische maakindustrie voelt u de druk. De loonkosten stijgen, de concurrentie is moordend en de vraag naar kleinere, gepersonaliseerde series (high-mix, low-volume) neemt toe. Automatisering lijkt het logische antwoord, maar de investering in een robotcel, vaak honderdduizenden euro’s, roept een cruciale vraag op: is de Return on Investment (ROI) wel haalbaar voor producties die voortdurend wisselen?
De standaardcalculatie – de kost van de robot afzetten tegen de bespaarde loonkost van een operator – is een gevaarlijke versimpeling. Het is een platitude die de complexe realiteit van een KMO negeert. Deze benadering houdt geen rekening met de verborgen variabelen die een automatiseringsproject maken of kraken: de onverwachte stilstand, de programmeertijd die langer uitvalt dan voorzien, en de cruciale factor van operationele acceptatie op de werkvloer.
De ware sleutel tot een succesvolle ROI ligt niet in de techniek alleen, maar in een diepgaande techno-economische analyse. Het gaat er niet om óf u automatiseert, maar hóé u de totale eigendomskost (TCO) berekent en beheerst. Dit artikel doorbreekt de mythe van de simpele ROI-formule. We duiken in de factoren die echt het verschil maken: van de strategische keuze voor een cobot en de cruciale selectie van een grijper, tot de fiscale optimalisaties specifiek voor België en het slim maken van uw bestaande machinepark.
Dit is geen pleidooi voor robots, maar een strategische gids voor productiemanagers die een waterdichte business case moeten bouwen. We bieden u de argumenten en inzichten om niet alleen uw machines, maar ook uw investeringsbeslissing slim te maken.
Overzicht : De componenten van een realistische ROI-analyse voor robotisering in KMO’s
- Waarom collaboratieve robots de ideale instap zijn voor KMO’s (en waar ze te plaatsen)?
- Hoe overtuigt u uw CFO van een automatiseringsinvestering van 200.000 euro?
- Vacuüm of mechanisch: welke grijper reduceert uitval bij kwetsbare producten?
- De onderschatting van programmeertijd die uw automatiseringsproject doet ontsporen
- Wanneer betrekt u de vloer bij de aankoop om angst voor robots weg te nemen?
- Investeringsaftrek of belastingkrediet voor O&O: wat levert netto het meeste op?
- Waarom trillingsmeting u tienduizenden euro’s aan onverwachte stilstand bespaart?
- Hoe maakt u uw bestaande machinepark slim met IoT-sensoren?
Waarom collaboratieve robots de ideale instap zijn voor KMO’s (en waar ze te plaatsen)?
Voor een KMO die de eerste stappen in automatisering zet, vormen traditionele industriële robots vaak een te hoge drempel. Ze vereisen een grote voetafdruk, dure veiligheidskooien en gespecialiseerde programmeurs. Collaboratieve robots, of cobots, doorbreken deze barrières. Ze zijn ontworpen om veilig naast mensen te werken, zijn compacter, flexibeler en aanzienlijk eenvoudiger te programmeren. Dit maakt hen de perfecte instapoplossing, vooral voor high-mix, low-volume productie. De wereldwijde cobot-markt groeit niet voor niets exponentieel; een recent rapport voorspelt dat de wereldwijde cobot-markt zal groeien met een CAGR van 35,2% tussen 2021 en 2028.
De ideale plaats voor een eerste cobot-implementatie is vaak bij repetitieve, ergonomisch belastende of saaie taken. Denk aan machinebelading (machine tending), pick-and-place operaties, of kwaliteitsinspectie. Door deze taken te automatiseren, kunnen uw ervaren operatoren zich focussen op complexer, creatiever en waardevoller werk. Dit verhoogt niet alleen de productiviteit, maar ook de jobtevredenheid en vermindert het risico op werkgerelateerde aandoeningen.
Praktijkvoorbeeld: Het COBOTASSIST-project in de Vlaams-Nederlandse maakindustrie
Het COBOTASSIST-project (2024-2027), een samenwerking tussen zeven partners waaronder Sirris, POM Limburg en SyntraPXL, focust specifiek op de noden van KMO’s. Ze ontwikkelen praktische oplossingen voor cobot-toepassingen in nabewerkingstaken zoals schuren, ontbramen en polijsten. Het project benadrukt de ontwikkeling van laagdrempelig opleidingsmateriaal om de technologieacceptatie bij operatoren te verhogen, een cruciale factor voor een succesvolle implementatie.
De flexibiliteit van een cobot betekent dat hij niet aan één taak gebonden is. Door mobiele platformen te gebruiken, kan dezelfde cobot vandaag een CNC-machine beladen en morgen helpen bij de assemblage. Dit “flexibiliteitsrendement” is een cruciale, maar vaak vergeten, component in de ROI-berekening voor KMO’s.
Hoe overtuigt u uw CFO van een automatiseringsinvestering van 200.000 euro?
Een investeringsdossier van 200.000 euro voorleggen aan een CFO vereist meer dan technische specificaties. Het vraagt om een solide, cijfermatige business case die de taal van financiën spreekt. De sleutel is om de discussie te verleggen van een eenmalige kost naar de Totale Eigendomskost (TCO) en het totale rendement op lange termijn. De simpele terugverdientijd gebaseerd op loonkosten is onvoldoende. Uw argumentatie moet de verborgen winsten en vermeden kosten belichten.
Begin met het kwantificeren van de directe voordelen. Ja, de besparing op directe arbeidskosten is een startpunt, maar voeg daar de productiviteitswinst aan toe: een robotcel kan 24/7 draaien met consistente output. Bereken de waarde van verbeterde kwaliteit en gereduceerde uitval. Hoeveel kost een productiefout u vandaag in termen van materiaal, arbeid en verloren tijd? Een robot herhaalt een taak met een precisie die een mens niet kan evenaren, wat de faalkosten drastisch reduceert.
De volgende stap is het visualiseren van de verschillen tussen een traditionele robot en een cobot, wat cruciaal is voor een KMO-context. De investering in een cobot is vaak lager en de implementatie sneller, wat de ROI versnelt.

De onderstaande vergelijking toont aan waarom een cobot vaak een verstandigere keuze is voor de flexibele productieomgeving van een KMO. Dit helpt de CFO te begrijpen dat de investering niet alleen over capaciteit gaat, maar ook over wendbaarheid. De data is gebaseerd op een recente vergelijkende analyse van industriële automatiseringsoplossingen.
| Criterium | Industriële Robot | Collaboratieve Robot (Cobot) |
|---|---|---|
| Vereiste vloeroppervlakte | Groot (met veiligheidskooi) | Compact (geen kooi nodig) |
| Snelheid | Hoog | Gematigd |
| Laadvermogen | Tot enkele honderden kilo’s | Beperkt (meestal tot 35kg) |
| Veiligheid bij menselijk contact | Afscherming verplicht | Stopt bij contact |
| Mobiliteit/Flexibiliteit | Vast geïnstalleerd | Verplaatsbaar tussen werkstations |
| ROI voor kleine series | Moeilijker haalbaar | Sneller haalbaar |
Ten slotte, presenteer het risicomanagement. Een robotcel vermindert de afhankelijkheid van een krappe arbeidsmarkt en verhoogt de veiligheid door gevaarlijke of ongezonde taken over te nemen. Dit heeft een niet te onderschatten financiële waarde in termen van vermeden rekruteringskosten en uitval door ziekte of ongevallen. Uw argument is niet “vervang een mens”, maar “investeer in een betrouwbaarder, flexibeler en kwalitatiever productieproces”.
Vacuüm of mechanisch: welke grijper reduceert uitval bij kwetsbare producten?
De robotarm krijgt vaak alle aandacht, maar de ware interactie met uw product gebeurt via de grijper, ofwel de End-of-Arm Tooling (EOAT). Een foute keuze hier is een directe oorzaak van productbeschadiging, uitval en stilstand – allemaal verborgen kosten die uw ROI uithollen. Zeker bij kwetsbare, delicate of onregelmatig gevormde producten is de keuze tussen een vacuüm- of een mechanische grijper een kritische economische beslissing, geen louter technische.
Mechanische grijpers, met hun vingers of klauwen, bieden een zeer stevige en zekere grip, ideaal voor zware of robuuste objecten. Voor kwetsbare producten kunnen ze echter te agressief zijn, wat leidt tot deuken, krassen of breuk. De kracht moet perfect gekalibreerd zijn, wat complexiteit toevoegt. Vacuümgrijpers daarentegen gebruiken zuignappen om producten op te tillen. Ze zijn doorgaans zachter voor het productoppervlak en kunnen zich aanpassen aan lichte variaties in vorm en grootte. Het nadeel is dat ze gevoelig zijn voor poreuze of stoffige oppervlakken en een constante toevoer van perslucht of een vacuümpomp vereisen, wat een continue energiekost met zich meebrengt.
De uiteindelijke keuze hangt af van een grondige analyse van uw product en proces. In het ROBUST-project van Sirris werd bijvoorbeeld 3D-computervisie gebruikt om de exacte vorm van dunne, lasergesneden metalen onderdelen te herkennen. Deze combinatie van vision en een zorgvuldig gekozen grijper was essentieel om deze flexibele en delicate onderdelen succesvol te kunnen hanteren zonder beschadiging. Dit illustreert dat de grijper deel uitmaakt van een geïntegreerd systeem.
Om de juiste, kostenefficiënte keuze te maken, moet u verder kijken dan de aankoopprijs van de grijper. De totale kosten omvatten energieverbruik, onderhoud, en vooral de kost van productuitval. Een iets duurdere grijper die uitval met 2% reduceert, kan op jaarbasis duizenden euro’s besparen.
Uw checklist voor de selectie van de juiste grijper
- Evalueer het productgewicht, -formaat en de kwetsbaarheid van het oppervlak om een basistype te bepalen.
- Bereken de operationele energiekosten: vergelijk de continue kost van perslucht (vacuüm) met het sporadische elektriciteitsverbruik (mechanisch).
- Analyseer de onderhoudsintervallen, beschikbaarheid en kosten van reserveonderdelen (zoals zuignappen) voor elk type grijper.
- Organiseer een ‘proof-of-concept’ test en laat verschillende grijpers uw meest kritische producten hanteren tijdens een live demo.
- Overweeg modulaire tooling en quick-change systemen als u met veel verschillende productlijnen werkt, om de omsteltijd te minimaliseren.
De keuze van de grijper is een micro-beslissing met macro-economische gevolgen. Een doordachte aanpak hier is een directe investering in kwaliteit en efficiëntie.
De onderschatting van programmeertijd die uw automatiseringsproject doet ontsporen
Een van de meest hardnekkige en kostbare misvattingen bij een eerste automatiseringsproject is de onderschatting van de programmeertijd. Leveranciers van cobots benadrukken terecht het gebruiksgemak. Inderdaad, met intuïtieve software kan een eenvoudige pick-and-place taak vaak binnen enkele uren geprogrammeerd worden door iemand zonder IT-achtergrond. Maar de realiteit van een high-mix, low-volume productieomgeving is zelden zo eenvoudig. Elk nieuw product, elke kleine wijziging in het proces, vereist een aanpassing van het programma. Als dit telkens uren of zelfs dagen kost, verdampt de beloofde flexibiliteit en loopt de verborgen loonkost snel op.
De totale programmeertijd omvat veel meer dan de initiële setup. Het is de som van:
- Initiële programmering: Het aanleren van de basistaken.
- Optimalisatie en fijnafstelling: Het perfectioneren van de bewegingen, snelheden en grijpkracht om cyclustijd en kwaliteit te maximaliseren.
- Programmering van uitzonderingen: Wat moet de robot doen als een product verkeerd ligt? Of als een sensor een fout detecteert? Dit ‘exception handling’ is complex en tijdrovend.
- Omsteltijd: De tijd die nodig is om de robot in te stellen voor een nieuwe productiereeks. In een KMO met kleine series is dit een wekelijkse, zo niet dagelijkse, activiteit.
De echte ROI-killer is een hoge afhankelijkheid van externe experts voor elke aanpassing. De sleutel tot succes is autonomie. Uw eigen operatoren moeten in staat zijn om snel en eenvoudig programma’s aan te passen op de werkvloer. Dit is waar “online programmeren” en gebruiksvriendelijke interfaces hun waarde bewijzen.
Praktijkvoorbeeld: Laagdrempelig programmeren in het COBOTASSIST-project
Het COBOTASSIST-project erkent dit probleem en legt een sterke nadruk op laagdrempelig ‘online’ programmeren. De filosofie is dat operatoren de robot direct op de werkvloer moeten kunnen aanpassen via een intuïtieve interface, zonder complexe code. Dit collaboratieve karakter stelt een KMO in staat om flexibel en snel te reageren op wisselende productie-eisen, waardoor de stilstand door herprogrammering geminimaliseerd wordt. De operator wordt zo de ‘regisseur’ van de robot, in plaats van een passieve toeschouwer.
Bij het opstellen van uw business case, wees realistisch. Neem niet alleen de initiële programmeerkost op, maar maak een inschatting van de jaarlijkse tijd (en dus kost) die nodig zal zijn voor aanpassingen en omstellingen. Een investering in training en een gebruiksvriendelijke interface betaalt zich veel sneller terug dan u denkt.
Wanneer betrekt u de vloer bij de aankoop om angst voor robots weg te nemen?
Het antwoord is eenvoudig: vanaf dag één. De grootste bedreiging voor de ROI van een robotcel is niet technisch, maar menselijk. Een perfect functionerende robot die niet geaccepteerd of zelfs gesaboteerd wordt door de werknemers die ermee moeten samenwerken, zal nooit zijn potentieel bereiken. Angst voor jobverlies, onbekendheid met de technologie en het gevoel buitenspel gezet te worden, zijn krachtige negatieve drijfveren. Deze weerstand vertaalt zich in een lagere productiviteit, een weigering om de robot te bedienen bij kleine storingen en een negatieve sfeer op de werkvloer.
Het wegnemen van deze angst begint met transparante communicatie en vroege betrokkenheid. Positioneer de robot niet als een vervanger, maar als een assistent of een ‘derde hand’ die het zware, saaie en gevaarlijke werk overneemt. Dit stelt de operatoren in staat om zich te richten op taken die meer vakmanschap, controle en probleemoplossend vermogen vereisen. Zoals Peter Lange, Business Development Manager Robotics bij Omron Europe, benadrukt:
Werknemers en operators moeten altijd centraal staan. Ze moeten weten en leren dat robots hen kunnen ondersteunen, zodat zij zich kunnen richten op andere en interessantere taken.
– Peter Lange, Business Development Manager Robotics, Omron Europe
Betrek uw meest ervaren operatoren in het selectieproces. Hun praktische kennis is van onschatbare waarde. Laat hen meedenken over welke taken het meest geschikt zijn voor automatisering. Organiseer demo’s en laat hen zelf de gebruiksvriendelijkheid van de cobot ervaren. Hun buy-in is de beste garantie voor een vlotte implementatie.

De samenwerking kan heel concreet zijn. Een operator kan de ‘finishing touch’ doen nadat de cobot het voorbereidende, repetitieve werk heeft uitgevoerd. Dit verhoogt niet alleen de efficiëntie, maar geeft de operator ook een gevoel van controle en voldoening.
Als bijvoorbeeld één grote plaat vier keer opgeschuurd moet worden, dan kan de cobot instaan voor drie rondjes en de operator voorziet de laatste finishing touches. Op die manier wordt de operator drie keer zwaar werk bespaard en kan er voldoening gehaald worden uit het laatste secure schuurwerk.
– Operator, Ervaring met cobot-samenwerking in Interreg-project
De investering in training, communicatie en betrokkenheid is geen ‘softe’ kost, maar een harde economische noodzaak. Het is de premie die u betaalt voor het verzekeren van uw technologische investering. Een geaccepteerde robot is een productieve robot.
Investeringsaftrek of belastingkrediet voor O&O: wat levert netto het meeste op?
Een automatiseringsproject in België kan vaak meer zijn dan alleen een technologische upgrade; het kan ook een project van Onderzoek & Ontwikkeling (O&O) zijn, wat de deur opent naar significante fiscale voordelen. Voor een CFO zijn dit cruciale elementen die de netto-investeringskost en de terugverdientijd aanzienlijk kunnen beïnvloeden. De twee belangrijkste mechanismen zijn de investeringsaftrek en het belastingkrediet voor O&O. Ze zijn echter niet cumuleerbaar voor dezelfde uitgaven, dus een strategische keuze is vereist.
De verhoogde investeringsaftrek voor digitale en koolstofbesparende investeringen is vaak de meest directe en eenvoudige optie. Het laat u toe om een percentage van de aanschafwaarde van uw robotcel (bovenop de normale afschrijving) af te trekken van uw belastbare winst. Het voordeel is onmiddellijk en direct gekoppeld aan de winst van uw onderneming. Maakt uw KMO winst, dan resulteert dit in een lagere vennootschapsbelasting. De keerzijde: als uw bedrijf een jaar met verlies draait, is het voordeel van de investeringsaftrek voor dat jaar beperkt of onbestaande (hoewel vaak overdraagbaar).
Het belastingkrediet voor O&O is een krachtiger, maar administratief complexer instrument. Als uw automatiseringsproject als O&O wordt gekwalificeerd (bijvoorbeeld omdat u een nieuw proces ontwikkelt of bestaande technologie op een innovatieve manier integreert), kunt u een krediet opbouwen. Het grote voordeel is dat dit krediet terugbetaalbaar is. Maakt uw bedrijf geen winst, dan wordt het opgebouwde krediet na enkele jaren door de overheid uitbetaald. Dit maakt het een zeer interessante optie voor start-ups, snelgroeiende bedrijven die veel herinvesteren, of bedrijven in een tijdelijk moeilijkere periode. De kwalificatie als O&O-project vereist echter een goed onderbouwd dossier, vaak via instanties zoals VLAIO.
Wat levert netto het meeste op? De keuze is strategisch en hangt volledig af van de financiële situatie van uw KMO:
- Winstgevende, stabiele KMO: De investeringsaftrek is vaak de snelste en eenvoudigste weg naar een direct fiscaal voordeel.
- KMO met wisselende of geen winst, of met een zeer innovatief project: Het belastingkrediet voor O&O biedt op termijn een grotere zekerheid en potentieel een hoger netto voordeel, dankzij de terugbetaalbaarheid.
Een gesprek met uw accountant, gespecialiseerd in deze materie, is essentieel om de juiste keuze voor uw specifieke situatie te simuleren en te onderbouwen.
Essentiële inzichten
- De ROI van een robotcel voor kleine series wordt bepaald door ‘verborgen variabelen’ zoals flexibiliteit, programmeertijd en onderhoud, niet enkel door de vervanging van een operator.
- Collaboratieve robots (cobots) bieden een lagere drempel voor Belgische KMO’s door hun compactheid, flexibiliteit en snellere implementatie zonder veiligheidskooien.
- Een succesvolle business case voor de CFO focust op de Totale Eigendomskost (TCO) en kwantificeert voordelen zoals verminderde uitval, verhoogde kwaliteit en risicobeheersing.
Waarom trillingsmeting u tienduizenden euro’s aan onverwachte stilstand bespaart?
Een robotcel die onverwacht stilvalt, is de nachtmerrie van elke productiemanager. Elke minuut stilstand is pure kost: verloren productie, gefrustreerde operatoren en mogelijk zelfs contractuele boetes. Traditioneel onderhoud is reactief (repareren wat stuk is) of preventief (vervangen op vaste tijdstippen). De echte winst zit echter in voorspellend onderhoud (predictive maintenance), en trillingsmeting is hierin een van de meest effectieve en toegankelijke technologieën.
Elke machine, inclusief een robot, heeft een uniek trillingspatroon wanneer ze normaal functioneert. Wanneer een onderdeel zoals een lager, een tandwiel of een motor begint te slijten, verandert dit patroon subtiel, lang voordat het met het blote oog of oor waarneembaar is. Door betaalbare sensoren op kritieke punten van de robot of de bijhorende machines te plaatsen, kunt u deze trillingen continu monitoren. Gespecialiseerde software analyseert de data en detecteert afwijkingen die wijzen op een naderend defect. In plaats van een plotse, catastrofale storing, krijgt u een waarschuwing: “Het lager van as 3 vertoont verhoogde slijtage, vervanging aanbevolen binnen de komende 2 weken.”
Dit verandert de hele dynamiek van uw onderhoud. U kunt de interventie plannen tijdens een voorziene productiestop, de juiste wisselstukken op voorhand bestellen en de nodige technici inplannen. Dit elimineert de chaos en de buitensporige kosten van een ongeplande noodreparatie. De besparing is enorm, vaak tienduizenden euro’s per jaar, door het simpelweg vermijden van een paar uur onverwachte stilstand op een kritieke productielijn. Het verhogen van de Overall Equipment Effectiveness (OEE) is een direct en meetbaar gevolg.
De implementatie van voorspellend onderhoud vereist een initiële investering in sensoren en software, maar ook in kennis. Het opleiden van uw team om deze data te interpreteren en er actie op te ondernemen is cruciaal voor het succes. Gelukkig bieden veel leveranciers en kenniscentra toegankelijke trainingen aan om deze competenties op te bouwen. De beschikbaarheid van wereldwijde trainingscentra toont aan dat de industrie het belang van opleiding voor minimale downtime erkent.
Hoe maakt u uw bestaande machinepark slim met IoT-sensoren?
De investering in een robotcel is vaak de eerste stap, maar het ware potentieel van automatisering wordt pas ontsloten wanneer deze cel intelligent communiceert met de rest van uw machinepark. Veel Belgische KMO’s beschikken over een mix van oude en nieuwe machines, die vaak als geïsoleerde eilanden opereren. De sleutel tot een ‘slimme fabriek’ ligt in het verbinden van deze eilanden met behulp van Internet of Things (IoT)-sensoren en open communicatieprotocollen zoals MQTT.
Het idee is om uw ‘domme’ machines ‘zintuigen’ en een ‘stem’ te geven. Eenvoudige, betaalbare sensoren kunnen op bestaande machines worden gemonteerd om cruciale parameters te meten: is de machine aan of uit? Is de cyclus voltooid? Is er een storing? Deze informatie, die voorheen enkel lokaal beschikbaar was, wordt via een netwerk verstuurd. Een protocol als MQTT (Message Queuing Telemetry Transport) is hier ideaal voor: het is lichtgewicht, betrouwbaar en ontworpen om data van duizenden sensoren efficiënt te verwerken. Het stelt machines, robots en software (zoals uw MES- of ERP-systeem) in staat om dezelfde taal te spreken.
Praktijkvoorbeeld: De slimme cobotkar van Sirris
Een uitstekend Belgisch voorbeeld is de mobiele cobotkar ontwikkeld door Sirris. Deze kar is ontworpen om te werken met diverse, bestaande machines in een plaatwerkerij. De kar communiceert niet alleen via traditionele fieldbus-netwerken, maar maakt ook intensief gebruik van MQTT. Een centrale controller op de kar vertaalt hardware-signalen (zoals de status van een machine) naar MQTT-berichten. Deze berichten worden veilig gedeeld met de cobot, maar ook met het overkoepelende MES-systeem. Dit laat toe dat de robot weet wanneer een machine klaar is, welk product er bewerkt moet worden (via RFID-scanners) en of een operator een manuele stop heeft ingeschakeld. Zo wordt een bestaand machinepark, machine per machine, slim en geïntegreerd.
Deze aanpak heeft directe voordelen voor uw ROI. U krijgt een real-time overzicht van uw volledige productievloer. Knelpunten worden onmiddellijk zichtbaar. De robotcel kan proactief reageren op de status van andere machines, wat wachttijden minimaliseert. Data over cyclustijden en storingen laat u toe om uw processen continu te verbeteren. U maximaliseert niet alleen de return van uw nieuwe robot, maar u verhoogt ook de efficiëntie van uw reeds afgeschreven, bestaande kapitaal.
De beslissing om te investeren in een robotcel is een strategisch kantelmoment. Door verder te kijken dan de initiële aankoopprijs en een grondige techno-economische analyse te maken van alle variabelen – van grijperkeuze tot fiscale optimalisatie en personeelsbetrokkenheid – transformeert u een aanzienlijke uitgave in een renderende investering die uw KMO wapent voor de toekomst. De volgende logische stap is het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie voor uw specifieke toepassing, gewapend met de inzichten om de juiste vragen te stellen.