maart 15, 2024

Voor een Belgische KMO is solo innoveren een dure en risicovolle onderneming, maar in isolement blijven is geen optie.

  • Clusters bieden directe toegang tot gedeelde, kapitaalintensieve R&D-infrastructuur, wat uw ontwikkelingskosten drastisch kan verlagen.
  • Door samen te werken met lokale clusterpartners creëert u een veerkrachtige, korte toeleveringsketen die beter bestand is tegen wereldwijde schokken.
  • Reststromen van uw productie kunnen een waardevolle grondstof worden voor een buurbedrijf, wat een nieuwe inkomstenbron genereert en de circulariteit bevordert.

Aanbeveling: Stop met clusters te zien als louter netwerkevents en begin ze te gebruiken als een strategische, operationele hefboom voor uw groei en concurrentiekracht.

U staat aan het roer van een Belgische industriële KMO. De druk om te innoveren is constant, de concurrentie is wereldwijd en de technologische evoluties gaan razendsnel. U weet dat stilstand achteruitgang betekent. Maar de realiteit is hard: de investeringen in state-of-the-art testapparatuur zijn torenhoog, het vinden van de juiste expertise is een strijd en het risico van een mislukt R&D-project weegt zwaar op uw balans. Velen zien netwerken dan ook als een tijdrovende bezigheid met vage resultaten. Men spreekt over ‘kennisdeling’ en ‘synergie’, maar wat betekent dat concreet voor uw operationele realiteit?

Stel u voor dat een cluster geen praatbarak is, maar een verlengstuk van uw eigen fabriek. Een operationeel ecosysteem waar u niet alleen ideeën deelt, maar ook machines, logistieke ketens en zelfs veiligheidspersoneel. Deelname aan een speerpuntcluster zoals Flanders Make, of een sector-specifieke groepering, is geen ‘nice to have’, maar een fundamentele strategische beslissing. Het is de overstap van alleen opereren naar het benutten van collectieve kracht. Het gaat niet over het verliezen van autonomie, maar over het winnen van slagkracht, veerkracht en snelheid.

Dit artikel doorbreekt de mythes. Het beantwoordt niet de vraag *of* u moet samenwerken, maar *hoe* u die samenwerking maximaal laat renderen. Aan de hand van acht concrete, strategische vragen verkennen we hoe u een cluster omvormt van een abstract concept tot een krachtig, meetbaar bedrijfsmiddel dat uw innovatie daadwerkelijk versnelt en uw KMO toekomstbestendig maakt.

In dit overzicht vindt u de strategische hefbomen die we zullen bespreken. Elke sectie is ontworpen om een specifieke, praktische vraag te beantwoorden waarmee u als bedrijfsleider wordt geconfronteerd.

Waarom het delen van dure testapparatuur met de buren uw R&D-kosten halveert?

De kost van Onderzoek & Ontwikkeling is voor veel KMO’s de grootste drempel voor structurele innovatie. De aankoop van gespecialiseerde machines voor prototyping, materiaaltesten of kwaliteitscontrole kan oplopen tot honderdduizenden euro’s. Deze apparatuur wordt vaak slechts voor een beperkt deel van de tijd gebruikt, wat resulteert in een lage return on investment. Dit is een enorme kapitaaluitgave, zeker in een land waar de R&D-intensiteit hoog ligt. Recente cijfers tonen aan dat België met 18,55 miljard euro aan investeringen een Europese koploper is, wat de druk om mee te kunnen verder opvoert.

Dit is waar het cluster-model zijn meest directe financiële voordeel toont: risico-mutualisatie en gedeelde infrastructuur. Clusters zoals Flanders Make investeren in geavanceerde co-creatiecentra en fieldlabs, uitgerust met technologie die voor een individuele KMO onbetaalbaar is. In plaats van zelf te investeren, krijgt u via uw lidmaatschap toegang tot deze faciliteiten op een ‘pay-per-use’-basis of via gezamenlijke projecten. U betaalt enkel voor wat u nodig heeft, wanneer u het nodig heeft. Dit halveert niet alleen de directe R&D-kosten, maar verlaagt ook de drempel om te experimenteren en nieuwe productlijnen te verkennen. De vrees voor een foute, dure investering verdwijnt, wat de innovatiecultuur in uw bedrijf een enorme boost geeft. De effectiviteit van deze aanpak wordt bevestigd in een recente VUB-studie, die stelt dat Vlaamse speerpuntclusters cruciaal zijn voor kennisdeling en de ontwikkeling van nieuwe kennis door partijen samen te brengen.

Hoe versterkt short-chain sourcing uw positie in tijden van wereldwijde verstoring?

De recente pandemie en geopolitieke spanningen hebben de kwetsbaarheid van wereldwijde toeleveringsketens pijnlijk blootgelegd. Een container die vastzit in een verre haven kan uw volledige productielijn stilleggen. Voor een KMO, die vaak minder onderhandelingsmacht heeft bij grote, internationale leveranciers, is dit risico nog acuter. Collectieve resiliëntie, opgebouwd binnen een lokaal cluster, biedt hier een krachtig antwoord op. Door strategisch in te zetten op ‘short-chain sourcing’ – het betrekken van componenten en diensten bij partners binnen uw eigen regio of cluster – verkleint u uw afhankelijkheid van onvoorspelbare, lange ketens.

Een cluster fungeert als een micro-economie. De kans is groot dat een andere KMO op hetzelfde bedrijventerrein de specifieke coating, het precieze mechanische onderdeel of de software-expertise levert die u nu uit Azië of Amerika importeert. Dit verkort niet alleen de levertijden en transportkosten, maar verhoogt ook de flexibiliteit. Een last-minute aanpassing is sneller besproken met een partner op 10 kilometer afstand dan met een leverancier aan de andere kant van de wereld. Dit gevoel wordt gedeeld op het hoogste niveau, zoals blijkt uit een verklaring van een partnerbedrijf in een rapport over clusterwerking.

De hefboom die ontstaat via deze samenwerking heeft een positieve impact op de volledige voedingssector. Clusterorganisaties zijn cruciaal om ons te verbinden in innovatie.

– Barry Callebaut, De Blauwe Cluster rapport

De overstap naar een lokale toeleveringsketen vereist echter een gestructureerde aanpak. Het begint met een grondige analyse van uw huidige afhankelijkheden en de competenties die binnen uw netwerk aanwezig zijn.

Actieplan: Uw supply chain audit binnen de cluster

  1. Identificatie: Breng via de ledenlijst van uw Belgische cluster uw huidige niet-Europese leveranciers en de bijhorende componenten in kaart.
  2. Matching: Analyseer welke van deze componenten of diensten potentieel lokaal kunnen worden gesourced bij andere clusterpartners.
  3. Kwalificatie: Evalueer de kwaliteitscertificeringen (bv. ISO-normen) en de productiecapaciteit van de geïdentificeerde lokale leveranciers.
  4. Pilootproject: Start een kleinschalig pilootproject met twee tot drie veelbelovende lokale leveranciers om de samenwerking en kwaliteit in de praktijk te testen.
  5. Evaluatie: Monitor de prestaties op het vlak van kosten, kwaliteit en levertijd en vergelijk deze met uw huidige internationale leveranciers om de business case te valideren.

Afval als grondstof: hoe vindt u een afnemer voor uw reststromen in de buurt?

In de lineaire economie is afval een kostenpost. U betaalt om uw reststromen te laten ophalen en verwerken. In een circulair model, gefaciliteerd door een industrieel cluster, wordt het afval van de ene een waardevolle grondstof voor de andere. Denk aan warmte, CO2, chemische bijproducten of zelfs materiële restanten. De uitdaging voor een individuele KMO is echter het vinden van die perfecte match. Hoe weet u welk bedrijf in de regio net op zoek is naar de specifieke reststroom die u produceert? Dit is waar het operationele ecosysteem van de cluster in actie treedt.

Clusterorganisaties en parkmanagers hebben een helikopterzicht op de in- en uitgaande stromen van alle aangesloten bedrijven. Zij fungeren als een marktplaats voor industriële symbiose. Door uw reststromen te inventariseren en te delen met de clustermanager, kan deze proactief op zoek gaan naar potentiële afnemers binnen het netwerk. Dit creëert een win-winsituatie: u zet een kostenpost om in een nieuwe inkomstenbron, en de afnemer krijgt toegang tot een goedkopere, lokale en stabiele aanvoer van grondstoffen. De Haven van Antwerpen is hierin een schoolvoorbeeld, waar bedrijven via een complex netwerk van pijpleidingen elkaars reststromen uitwisselen.

Industriële pijpleidingen verbinden bedrijven voor reststroom-uitwisseling

Dit netwerk is geen abstract concept, maar een fysieke realiteit die waarde creëert. Een concreet voorbeeld is de nieuwe waterfabriek van Ekopak, die afvalwater van de ene industrie zuivert tot proceswater voor de andere. Volgens recente berichten kan deze installatie jaarlijks tot 20 miljard liter water hergebruiken. Dit toont de immense schaal waarop circulariteit binnen een cluster kan worden georganiseerd, een schaal die voor een KMO alleen onbereikbaar is.

De contractuele fout die u maakt bij co-creatie met andere bedrijven

Samen innoveren is opwindend, maar brengt ook risico’s met zich mee, voornamelijk op het vlak van intellectuele eigendom (IE) en besluitvorming. De meest gemaakte fout is om vol enthousiasme een project te starten zonder op voorhand duidelijke afspraken te maken over het eigenaarschap van de resultaten, de verdeling van de kosten en opbrengsten, en de procedure bij conflicten. Wie bezit het patent als twee bedrijven samen iets nieuws ontwikkelen? Wat gebeurt er als een partner zich wil terugtrekken? Zonder een waterdichte samenwerkingsovereenkomst en een helder governance-model, is een veelbelovend project gedoemd te verzanden in juridische geschillen.

Clusters en hun juridische adviseurs bieden hier een onschatbare meerwaarde. Zij hebben de ervaring en de templates om deze complexe processen te stroomlijnen. Zoals Flanders Make het verwoordt: “We reduce risks and accelerate innovation tailored to your business.” Een deel van die risicoreductie zit in het voorzien van een robuust juridisch kader. Voordat u een co-creatieproject start, moet u samen met uw partners en de clusterbegeleiding het juiste governance-model kiezen. Dit bepaalt hoe beslissingen worden genomen en hoe verantwoordelijkheden worden verdeeld, wat essentieel is voor een soepele en eerlijke samenwerking.

De keuze van het juiste model hangt af van de complexiteit van het project en de mate van vertrouwen tussen de partners. Hieronder vindt u een overzicht van de meest voorkomende modellen die door organisaties als VLAIO worden geadviseerd.

Vergelijking van Governance Modellen voor Clustersamenwerkingen
Model Besluitvorming Voordelen Nadelen
Stuurgroepmodel Collectief via stemming Democratisch, breed draagvlak Traag besluitproces
Projectleider model Centraal via aangewezen leider Snelle beslissingen, duidelijke verantwoordelijkheid Risico op gebrek aan buy-in
Hybride model Strategisch: stuurgroep / Operationeel: projectleider Balans tussen snelheid en draagvlak Complexere structuur

Wanneer is een gezamenlijke handelsmissie effectiever dan solo de markt opgaan?

Internationalisatie is voor veel KMO’s de logische volgende stap naar groei, maar het is een dure en complexe onderneming. Een stand huren op een internationale beurs, prospectiereizen organiseren en een lokaal netwerk opbouwen vergt een aanzienlijk budget en mankracht. Solo de markt betreden is vaak als roepen in een woestijn. Een gezamenlijke handelsmissie, georganiseerd onder de vlag van een cluster, kan hier een veel effectievere aanpak zijn. Het principe is eenvoudig: door krachten te bundelen, creëert u meer impact tegen lagere kosten.

Het financiële voordeel is het meest direct. De kosten voor een grote, prominente beursstand, logistiek en marketing worden gedeeld door alle deelnemende bedrijven. Bovendien verleent de Vlaamse overheid, via VLAIO, aanzienlijke steun aan dergelijke initiatieven. Zo kunnen innovatieve bedrijfsnetwerken een subsidie tot €225.000 per jaar ontvangen, die vaak wordt ingezet voor dit soort internationalisatie-activiteiten. Maar het voordeel is meer dan louter financieel. Een collectieve aanwezigheid onder een ‘Belgian Made’ of ‘Flanders Tech’ vlag genereert meer aandacht en geloofwaardigheid dan een verzameling van individuele, kleine stands. U profiteert van elkaars netwerk en van de ’traffic’ die complementaire partners genereren. Een klant die komt voor het product van uw buurman, ontdekt mogelijk dat uw dienst de perfecte aanvulling is.

De beslissing om deel te nemen hangt echter af van een strategische afweging. Een gezamenlijke missie is niet altijd de juiste keuze. Als uw product sterk concurreert met dat van andere leden, kan ‘lead-kannibalisatie’ een risico zijn. Het is cruciaal om de overlap in doelmarkten, de complementariteit van de producten en de potentiële kostenbesparing af te wegen tegen het risico op interne concurrentie.

Brandweer en beveiliging delen: hoeveel bespaart u door clusterwerking?

Naast de kernactiviteiten van R&D en productie, worden KMO’s geconfronteerd met aanzienlijke operationele kosten voor ondersteunende diensten. Denk aan 24/7-beveiliging, een professionele bedrijfsbrandweer, groenonderhoud of zelfs een collectief afvalbeheer. Voor een individueel bedrijf zijn dit noodzakelijke, maar dure ‘non-core’ activiteiten. Door deze diensten op het niveau van een bedrijventerrein of cluster te mutualiseren, kunnen aanzienlijke schaalvoordelen en kostenbesparingen worden gerealiseerd.

Het businessmodel is eenvoudig. In plaats dat tien bedrijven elk een eigen beveiligingsfirma inhuren voor nachtrondes, wordt er één contract afgesloten voor het hele terrein. De kosten worden verdeeld, wat voor elke deelnemer resulteert in een lagere factuur en vaak een hogere dienstkwaliteit. Dit principe is bijzonder effectief voor kapitaalintensieve veiligheidsdiensten. Een bedrijfsbrandweer die voldoet aan de strenge Seveso-normen is voor de meeste KMO’s onbetaalbaar. Een gedeelde brandweerpost die meerdere bedrijven bedient, is echter een haalbaar en efficiënt model. De besparing is tweeledig: niet alleen worden de operationele kosten (personeel, onderhoud) gedeeld, maar ook de immense kapitaalinvestering in voertuigen en materiaal.

De exacte besparing hangt af van de schaal van de samenwerking en de specifieke diensten, maar vuistregels wijzen op besparingen van 20% tot 40% op deze overheadkosten. Dit is kapitaal dat u rechtstreeks kunt herinvesteren in uw kernactiviteit: innovatie en productie. Het vereist een sterke coördinatie door een parkmanager of clusterorganisatie, die de noden inventariseert, offertes opvraagt en de contracten beheert. Het is een perfect voorbeeld van hoe een cluster niet alleen de omzet verhoogt, maar ook de kostenbasis verlaagt.

Imec.istart of Start it @KBC: welk programma biedt de meeste waarde voor uw niche?

Voor een groeiende KMO of een corporate die een innovatieve spin-off wil lanceren, is toegang tot het juiste ecosysteem van kapitaal, mentoring en netwerk cruciaal. België heeft een rijk landschap van acceleratoren en incubatoren, vaak gelinkt aan grotere clusters. Twee van de bekendste namen zijn imec.istart en Start it @KBC. De keuze tussen deze programma’s is geen kwestie van ‘goed’ of ‘slecht’, maar van strategische fit. De waarde die u uit een programma haalt, hangt volledig af van uw niche, uw technologische maturiteit en uw financieringsbehoefte.

Imec.istart, erkend als een van de top universitaire business acceleratoren wereldwijd, heeft een duidelijke focus op deep-tech en hardware-gedreven startups. Als uw innovatie geworteld is in nanotechnologie, fotonica, AI of geavanceerde sensoren, dan is het ecosysteem van imec, met zijn directe link naar wereldvermaard onderzoek, een onschatbare troef. Zij bieden niet alleen mentoring, maar ook een significant pre-seed ticket. Start it @KBC daarentegen heeft een veel bredere scope. Zij verwelkomen startups uit diverse sectoren, van SaaS en B2C-platformen tot sociale ondernemingen, en vragen in ruil geen aandelen. Hun kracht ligt in een enorm netwerk en de sterke connectie met de KBC-bank, wat voordelen kan bieden op vlak van commerciële contacten en latere financiering.

De keuze is dus fundamenteel: zoekt u diepgaande technologische validatie en R&D-ondersteuning, of een breed commercieel netwerk en een grote community? De onderstaande tabel, gebaseerd op publiek beschikbare informatie van VLAIO en de programma’s zelf, zet de belangrijkste verschillen op een rij.

Vergelijking van Belgische Accelerator Programma’s
Criterium imec.istart Start it @KBC
Focus Deep-tech, hardware, AI Breed: B2C, SaaS, diverse sectoren
Investering €100k-250k pre-seed Geen directe investering
Aandelen (Equity) Standaard 6% voor €50k Geen aandelen gevraagd
Programmaduur 12-18 maanden 12 maanden
Netwerk Gefocust op 300+ tech startups en R&D-experts Breed netwerk van 1000+ startups

Essentiële inzichten

  • Clusters zijn geen abstracte netwerken, maar operationele ecosystemen die concrete, meetbare oplossingen bieden.
  • Deelname verlaagt directe R&D-kosten door toegang tot gedeelde, kapitaalintensieve infrastructuur en expertise.
  • Clusters bouwen collectieve veerkracht door short-chain sourcing te faciliteren en de afhankelijkheid van globale toeleveringsketens te verminderen.

Hoe profiteert u van de pijpleidingen en reststromen in de haven van Antwerpen?

Clusters bestaan in vele vormen, maar nergens wordt het concept van een geïntegreerd operationeel ecosysteem zo tastbaar als in de Haven van Antwerpen-Brugge. Dit is meer dan een verzameling van bedrijven; het is een complex industrieel organisme, verbonden door een web van pijpleidingen, transportmodi en gedeelde infrastructuur. Voor een KMO, ook als u niet direct in de haven gevestigd bent, biedt dit ecosysteem unieke kansen, met name op het vlak van energie en circulaire economie. De haven positioneert zich als een cruciale hub voor de import en doorvoer van de energiedragers van de toekomst.

Een uitstekend voorbeeld is de waterstofeconomie. De Hydrogen Import Coalition, een samenwerking van spelers als DEME, Engie, Fluxys en de haven zelf, heeft een gedetailleerde roadmap uitgewerkt. De haven zet vol in op de import van grote volumes duurzame waterstofdragers zoals vloeibare waterstof, ammoniak en methanol. Voor een KMO in de maakindustrie of de chemie betekent de nabijheid van deze ‘waterstof-snelweg’ een strategisch voordeel. U kunt in de toekomst mogelijk rechtstreeks aftakken van deze infrastructuur, wat u verzekert van een stabiele en duurzame energiebevoorrading. Dit gaat verder dan zonnepanelen op uw eigen dak; dit is integratie in de industriële bloedsomloop van de toekomst.

Studie: De Waterstof Roadmap van de Hydrogen Import Coalition

De Hydrogen Import Coalition, met sleutelspelers zoals DEME, Engie, Exmar, Fluxys en Port of Antwerp-Bruges, heeft een strategische visie gepresenteerd voor de import van waterstof in België. Deze roadmap geeft inzicht in toekomstige scenario’s en de benodigde infrastructuurontwikkeling. Port of Antwerp-Bruges engageert zich om een belangrijke rol te spelen in de import van duurzame waterstofdragers. Voor aangesloten bedrijven biedt dit een unieke kans om hun processen af te stemmen op de beschikbaarheid van deze nieuwe, groene energiebronnen, wat een aanzienlijk concurrentievoordeel kan opleveren.

Profiteren van deze infrastructuur vereist een proactieve houding. Het begint met het contacteren van de havenautoriteiten om de technische vereisten en de beschikbare rest- of energiestromen te analyseren. Het één-loket systeem van de haven is ontworpen om dit proces voor bedrijven te vereenvoudigen. Door nu al te onderzoeken hoe uw processen kunnen aansluiten op de circulaire stromen van de haven, positioneert u uw KMO voor de volgende generatie van industriële productie.

De boodschap is duidelijk: in de complexe industriële realiteit van vandaag is samenwerking geen optie meer, maar een noodzaak. Door clusters te benaderen als een strategisch bedrijfsmiddel, ontgrendelt u een potentieel dat ver buiten het bereik van een individuele KMO ligt. De volgende stap is het identificeren van de juiste cluster die aansluit bij uw sector en uw ambities, en de eerste, concrete gesprekken aan te gaan.

Koenraad De Smet, Senior HR-strateeg en expert in Belgisch arbeidsrecht en sociale dialoog. Gespecialiseerd in loonoptimalisatie, vakbondsonderhandelingen en talentacquisitie in krappe arbeidsmarkten.