maart 15, 2024

Efficiëntiewinst in een hoogloonland als België komt niet van harder werken of personeel schrappen, maar van het radicaal elimineren van wachttijd en systeemfrictie.

  • Wachttijd, niet loonkost, is de grootste verborgen kostenpost in uw administratieve en operationele processen.
  • Lokale optimalisaties (bv. één afdeling sneller maken) creëren vaak globale bottlenecks die het hele bedrijf vertragen.

Aanbeveling: Focus op het drastisch verkorten van de totale doorlooptijd per order of project via systeemanalyse (zoals QRM), in plaats van op individuele productiviteit of machine-efficiëntie.

Als operations manager in België staat u voor een unieke uitdaging. De loonkosten zijn hoog, de internationale concurrentie is moordend en de marges staan voortdurend onder druk. De klassieke reflex om efficiëntie te zoeken in kostenbesparingen of, erger nog, personeelsreducties, is niet alleen sociaal complex, maar vaak ook contraproductief. Het creëert angst, verlaagt het moreel en lost het onderliggende probleem niet op. De aanname dat efficiëntie gelijkstaat aan “minder mensen die harder werken” is de meest hardnekkige en schadelijke mythe in modern management.

De ware opportuniteit voor een significante efficiëntiewinst van 15% of meer ligt niet bij uw mensen, maar in het systeem waarin ze werken. De echte vijand is onzichtbaar: het is de tijd die verloren gaat met wachten. Wachten op informatie, wachten op een beslissing, wachten op materiaal, wachten op een goedkeuring. Deze ‘systeemfrictie’ is de voornaamste oorzaak van hoge operationele kosten en trage levertijden. Het is een verspilling die, in tegenstelling tot personeelskosten, volledig kan worden geëlimineerd zonder negatieve sociale impact.

Dit artikel doorbreekt de traditionele denkwijze. We gaan niet focussen op het uitpersen van middelen, maar op het bevrijden van potentieel. We hanteren de methodische, resultaatgerichte aanpak van een Lean Six Sigma Black Belt om de kernoorzaken van inefficiëntie bloot te leggen. De focus verschuift van het optimaliseren van losse taken naar het stroomlijnen van de volledige waardeketen. U zult ontdekken dat door strategisch in te grijpen op de procesflow en de onderliggende managementstructuur, u niet alleen de efficiëntie drastisch verhoogt, maar ook de werkdruk verlaagt en het engagement van uw team vergroot. De tools zijn een gevolg van deze mindset, nooit het startpunt.

In de volgende secties ontleden we de meest voorkomende efficiëntievalkuilen in Belgische bedrijven en reiken we concrete, direct toepasbare strategieën aan om ze te overwinnen. Dit is uw plan om slimmer te werken, niet harder.

Waarom ‘wachten’ de duurste verspilling is in Belgische administratieve processen?

In een hoogloonland als België is de intuïtieve reactie om te focussen op arbeidskosten als de grootste uitgavenpost. Dit is een gevaarlijke misvatting. De werkelijke, verborgen kost die uw marges erodeert, is wachttijd. In administratieve processen manifesteert dit zich overal: een factuur die wacht op goedkeuring, een dossier dat wacht op een ontbrekend document, een team dat wacht op een beslissing van het management. Elke minuut wachttijd is een minuut waarin dure resources (uw medewerkers) geen waarde toevoegen, terwijl de klok van de operationele kosten doortikt.

Deze verspilling is niet triviaal. De totale administratieve last voor bedrijven is gigantisch. Een studie van het Vlaams Parlement toont een administratieve druk die Belgische bedrijven jaarlijks miljarden euro’s kost. Dit cijfer omvat niet eens de opportuniteitskosten: de deals die u verliest omdat offertes te traag zijn, of de klanten die afhaken door een logge service. In tegenstelling tot arbeidskosten, die vastliggen in CAO’s en indexeringen, is wachttijd een variabele die u volledig onder controle kunt krijgen.

Het identificeren van wachttijd vereist een verschuiving in perspectief: niet kijken naar hoe druk mensen zijn, maar naar hoe vlot het werk door het systeem stroomt. Een medewerker kan 100% van de tijd bezig zijn met het beheren van een overvolle inbox, maar als 90% van die e-mails verzoeken om statusupdates zijn over geblokkeerde dossiers, is de effectieve waardecreatie nihil. De ‘bezigheid’ maskeert de onderliggende systeemfrictie. Het systematisch in kaart brengen en elimineren van deze wachttijden is de meest directe en sociaal verantwoorde hefboom voor efficiëntiewinst.

Hoe Quick Response Manufacturing uw levertijd halveert bij maatwerkproductie?

Voor bedrijven die maatwerk of producten met veel variatie leveren (high-mix, low-volume), is de traditionele focus op machine-efficiëntie (OEE) vaak de oorzaak van lange levertijden. Quick Response Manufacturing (QRM) keert deze logica om. Het stelt niet de bezettingsgraad van een machine centraal, maar de totale doorlooptijd van een order, van aanvraag tot levering. De filosofie is eenvoudig: tijd is de belangrijkste kostenfactor. Door de doorlooptijd te halveren, dalen de indirecte kosten (planning, voorraad, administratie) drastisch en stijgt de klanttevredenheid exponentieel.

De kern van QRM is het organiseren van het werk in multidisciplinaire cellen (QRM-cellen) die gefocust zijn op een specifieke productfamilie. In plaats van functionele silo’s (design, productie, assemblage) die werk aan elkaar doorgeven met lange wachttijden, werkt een polyvalent team samen om een order van A tot Z af te handelen. Dit reduceert overdrachten, communicatiefouten en vooral: wachttijd.

Werknemers in moderne productiefaciliteit werken samen in QRM-cel met visuele Kanban-borden

Deze aanpak is bijzonder geschikt voor de Belgische KMO-context. Het vereist geen massale investeringen in automatisering, maar een slimme reorganisatie van mensen en processen. Het stelt bedrijven in staat om te concurreren op snelheid en flexibiliteit, in plaats van op de onhoudbare factor van loonkost. De implementatie van QRM leidt bijna altijd tot spectaculaire resultaten, met reducties in doorlooptijd van 50% tot 90% als gangbare uitkomst.

Actieplan voor een succesvolle QRM-implementatie

  1. Pilootproject: Start met een afgebakend pilootproject in één afdeling, bij voorkeur met vrijwilligers, om snel een eerste succes (‘quick win’) te boeken en momentum te creëren.
  2. Analyse: Gebruik Value Stream Mapping (VSM) om de huidige doorlooptijd te meten en specifiek de wachttijden en niet-waardetoevoegende stappen te identificeren.
  3. Celvorming: Vorm QRM-cellen rond productfamilies (FMS – Focused Market Segments) met polyvalente medewerkers die 80-90% van een order autonoom kunnen afwerken.
  4. Pull-systeem: Implementeer een pull-systeem, bijvoorbeeld met visuele Kanban-borden, zodat er enkel geproduceerd wordt wat de volgende stap in het proces nodig heeft, wat overproductie vermijdt.
  5. Meting: Vervang traditionele KPI’s zoals machinebezetting door de ‘Manufacturing Critical-path Time’ (MCT) als hoofdindicator. Dit is de totale doorlooptijd van een order.

OEE of manuren per stuk: welke indicator vertelt u echt hoe uw fabriek draait?

Het kiezen van de juiste Key Performance Indicator (KPI) is bepalend voor het gedrag in uw organisatie. Een verkeerde KPI kan, zelfs met de beste bedoelingen, leiden tot suboptimale beslissingen en meer verspilling. De twee meest voorkomende indicatoren in productieomgevingen, Overall Equipment Effectiveness (OEE) en manuren per stuk, hebben elk hun eigen valkuilen, zeker in de context van een Belgische KMO.

OEE meet de productiviteit van een machine. Het is een uitstekende indicator voor massaproductie met weinig variatie. Het gevaar is echter dat een blinde focus op een hoge OEE kan leiden tot overproductie. Een team wordt beloond voor het maximaal laten draaien van een machine, zelfs als er geen vraag is naar de producten. Dit creëert onnodige voorraad, een van de grootste vormen van verspilling. Manuren per stuk is direct gelinkt aan de loonkost en lijkt dus relevant, maar negeert machinecapaciteit, doorlooptijd en kwaliteit. Het kan teams aanzetten tot het overhaast afwerken van stuks, wat leidt tot meer fouten en herbewerking.

Voor een high-mix, low-volume omgeving, zoals veel Belgische maakbedrijven, is de doorlooptijd per order een veel krachtigere KPI. Deze indicator is 100% klantgericht en meet de snelheid en voorspelbaarheid van uw hele systeem. Het dwingt teams om samen te werken aan het elimineren van bottlenecks en wachttijden, in plaats van hun eigen lokale ‘eilandje’ te optimaliseren. Een andere krachtige, maar moeilijker te kwantificeren KPI is de Cost of Poor Quality (COPQ), die alle kosten van non-kwaliteit (herbewerking, klachten, reputatieschade) in rekening brengt.

De keuze van de juiste indicator is afhankelijk van uw productiestrategie. Het onderstaande overzicht, gebaseerd op een recente analyse van operationele KPI’s, helpt u de juiste keuze te maken voor uw specifieke context.

Vergelijking KPI’s voor Belgische high-mix, low-volume productie
KPI Voordelen Nadelen Best voor
OEE Universeel bekend, meet machinegebruik Kan overproductie stimuleren, negeert vraag Massaproductie
Manuren per stuk Direct gelinkt aan loonkost per eenheid Negeert machinecapaciteit, kwaliteit en wachttijd Arbeidsintensieve processen
Doorlooptijd per order Klantgericht, focust op flow en voorspelbaarheid Complexer te meten bij parallelle orders Maatwerk & QRM
Cost of Poor Quality Geeft een totaalbeeld van verspilling, incl. reputatie Moeilijk exact te kwantificeren, vereist maturiteit Markten met hoge kwaliteitseisen

De valkuil van lokaal optimaliseren die het globale proces vertraagt

Een van de meest contra-intuïtieve principes van Lean is de ‘Theorie der Beperkingen’ (Theory of Constraints): de output van een volledig systeem wordt bepaald door zijn zwakste schakel, de bottleneck. Een veelgemaakte fout is het investeren in de optimalisatie van een afdeling of machine die géén bottleneck is. Dit heet lokaal optimaliseren. Het resultaat? De ‘geoptimaliseerde’ afdeling produceert sneller, maar creëert enkel een grotere hoop werk-in-uitvoering voor de bottleneck. Het globale proces versnelt niet, de kosten stijgen en de frustratie neemt toe.

Stel u een proces voor met drie stappen: Design (10 stuks/uur), Productie (5 stuks/uur), en Assemblage (12 stuks/uur). De ‘Productie’ is hier de bottleneck. Investeren in een snellere ‘Design’-afdeling (bv. naar 20 stuks/uur) is zinloos. Het leidt enkel tot een opstopping van ontwerpen die wachten op productie. De enige manier om de output van het hele systeem te verhogen, is door de capaciteit van de bottleneck te verhogen of de last op de bottleneck te verlichten.

Het doorbreken van deze silo-denkwijze is essentieel. Tools zoals een Obeya-ruimte (Japans voor ‘grote kamer’) helpen hierbij. In een Obeya worden de volledige waardestromen en KPI’s visueel weergegeven, zodat iedereen, van werkvloer tot management, de impact van beslissingen op het hele systeem kan zien. Dit creëert een gedeeld begrip en een focus op globale in plaats van lokale optimalisatie.

Multidisciplinair team werkt samen in visuele Obeya-ruimte met proceskaarten en KPI-dashboards

Praktijkvoorbeeld: Hoe het Rijksvastgoedbedrijf de productiviteit met 50% verhoogde

Een treffend voorbeeld van het doorbreken van silo’s komt van het Nederlandse Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Door de implementatie van Lean-technieken zoals Value Stream Mapping (VSM) en het werken in cross-functionele teams, realiseerden ze een productiviteitsverbetering van 50%. De focus verschoof van het optimaliseren van individuele afdelingen (juridisch, technisch, financieel) naar het stroomlijnen van het volledige proces om vastgoedprojecten te realiseren. Door de bottlenecks die tussen de afdelingen zaten te identificeren en weg te nemen, werd de globale doorlooptijd drastisch verkort.

Wanneer en hoe houdt u een stand-up meeting die energie geeft in plaats van tijd kost?

De dagelijkse stand-up meeting, een klassieker uit de Agile en Lean wereld, is vaak verworden tot een inefficiënt ritueel. Het wordt een status-update voor de manager, een moment van controle, of een praatbarak die uitloopt en energie vreet in plaats van geeft. Een effectieve stand-up is geen rapporteringssessie, maar een coördinatie- en deblokkeringsmoment voor het team. Het doel is niet om te vertellen wat je gisteren deed, maar om te identificeren wat je vandaag tegenhoudt en hoe het team kan helpen.

De meeting moet kort, scherp en toekomstgericht zijn. In de Belgische context, met veel deeltijdse werknemers en flexibele schema’s, is een rigide dagelijkse meeting niet altijd haalbaar of wenselijk. Een wekelijkse ‘Gemba walk’ (rondgang op de werkvloer) of een asynchrone check-in via een digitaal kanaal (zoals Slack of Teams) kan een evenwaardig alternatief zijn. De vorm is minder belangrijk dan de functie: het snel identificeren en oplossen van obstakels.

Een succesvol format focust op drie vragen die elke deelnemer beantwoordt. Dit format verschuift de focus van individuele prestatie naar collectief probleemoplossen:

  • Vraag 1: ‘Welk obstakel blokkeert mij of mijn team vandaag?’ Dit richt de aandacht onmiddellijk op problemen en moedigt aan om hulp te vragen, wat de psychologische veiligheid in het team verhoogt.
  • Vraag 2: ‘Wie in dit team kan mij helpen dit op te lossen?’ Deze vraag activeert het team en maakt van probleemoplossing een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
  • Vraag 3: ‘Wat kan ik vandaag voor het team betekenen?’ Dit stimuleert proactief gedrag en onderlinge ondersteuning, wat de teamcohesie versterkt.

De sleutel tot een energiegevende stand-up is discipline: een maximale duur van 15 minuten, staand in een cirkel (wat de meeting van nature kort houdt), en een strikte focus op het wegnemen van blokkades. De manager is een facilitator, geen ondervrager. Zo wordt de stand-up een krachtig instrument dat de dag start met focus en collectieve energie.

De fout van wel de rituelen doen maar niet de mindset hebben (en hoe dit te fixen)

De grootste valkuil bij de implementatie van Lean is ‘Cargo Cult Lean’: het imiteren van de rituelen (de tools, de stand-ups, de Kanban-borden) zonder de onderliggende filosofie en mindset te begrijpen en te omarmen. Dit leidt onvermijdelijk tot teleurstelling. Zoals een Vlaams parlementslid opmerkte tijdens een plenaire vergadering, blijkt uit een enquête dat 80 procent van de ondernemers ervaart dat de administratieve druk toeneemt, ondanks alle digitalisering. Dit illustreert perfect dat een tool (digitalisering) zonder een aangepast proces en de juiste mindset het probleem vaak verergert.

De Lean-mindset is er een van continu verbeteren (Kaizen), gedreven door de mensen die het werk daadwerkelijk uitvoeren. Dit botst vaak met de diepgewortelde angst bij medewerkers dat ‘efficiëntie’ een codewoord is voor ‘ontslag’. Zolang deze angst niet wordt weggenomen, zal elke poging tot verbetering op weerstand stuiten. Medewerkers zullen geen procesverbeteringen voorstellen als ze vrezen dat ze daarmee hun eigen baan of die van een collega overbodig maken. Dit is de kern van ‘rituele implementatie’: men doet alsof, maar het echte engagement ontbreekt.

Het fixen van dit probleem vereist een expliciete garantie van het management. De meest succesvolle Belgische bedrijven pakken dit proactief aan.

De Belgische aanpak: Het ‘verbetercharter’ als motor voor engagement

Succesvolle Belgische bedrijven die Lean implementeren, stellen een ‘verbetercharter’ op. Dit document, mede-ondertekend door directie en de personeelsvertegenwoordiging of vakbondsafvaardiging, garandeert zwart op wit dat productiviteitswinsten die voortkomen uit procesverbeteringen nooit zullen leiden tot gedwongen ontslagen. In plaats daarvan worden de vrijgekomen uren geherinvesteerd in opleiding, de ontwikkeling van nieuwe diensten, strategische projecten of een verlaging van de werkdruk. Dit charter transformeert de dynamiek volledig: weerstand maakt plaats voor engagement, en angst wordt omgezet in een proactieve zoektocht naar verbetering.

Om de mindset echt te verankeren, is een gestructureerde aanpak nodig:

  1. Creëer Urgentie: Koppel de noodzaak om te verbeteren aan concrete Belgische uitdagingen die iedereen begrijpt, zoals de loonindexering, stijgende energiekosten of de concurrentie uit lageloonlanden.
  2. Start Klein: Begin met een pilootproject in één afdeling met vrijwilligers. Zorg voor een zichtbare ‘quick win’ die aantoont dat de verbetering leidt tot minder werkdruk of betere ergonomie.
  3. Communiceer en Beloon: Communiceer het succes van het pilootproject breed en koppel de resultaten expliciet aan de voordelen voor de medewerkers. Erken en beloon de teams die de verbeteringen hebben gerealiseerd.

Kernpunten

  • Wachttijd is duurder dan arbeidskost in Belgische processen.
  • Focus op doorlooptijd (QRM) is effectiever dan op machine-efficiëntie (OEE) voor maatwerk.
  • Een ‘verbetercharter’ is cruciaal om de mindset te veranderen en de angst voor ontslag weg te nemen.

Waarom 60% van de ERP-implementaties faalt en hoe u bij de succesvolle 40% hoort?

Een ERP zal slechte processen enkel digitaliseren en betonneren. De gouden regel is: ‘Eerst Lean (vereenvoudigen), dan pas digitaliseren’.

– Prof. dr. J. Christiaens, Universiteit Gent – FEB Academy

Deze uitspraak vat de kern van het probleem perfect samen. Veel bedrijven zien een nieuw Enterprise Resource Planning (ERP) systeem als dé oplossing voor hun efficiëntieproblemen. De realiteit is echter dat een ERP-systeem een vergrootglas is: het maakt goede processen beter, maar maakt slechte processen exponentieel slechter. Wanneer een log, inefficiënt en bureaucratisch proces wordt gedigitaliseerd, krijgt u een log, inefficiënt en bureaucratisch digitaal proces. Het probleem is niet opgelost, het is enkel gecementeerd in dure software.

De hoge faalratio van ERP-projecten (vaak geschat op meer dan 60%) is bijna altijd te wijten aan het negeren van deze gouden regel. Men start met de technologie in plaats van met het proces. Voor Belgische KMO’s is de keuze voor een groot, monolithisch ERP-systeem vaak een recept voor mislukking. Deze systemen zijn rigide, duur en de implementatie duurt maanden of zelfs jaren. Tegen de tijd dat het systeem live gaat, is de business alweer veranderd. Modulaire, flexibele oplossingen die kunnen meegroeien met het bedrijf en die aangepast kunnen worden aan reeds vereenvoudigde processen, bieden een veel hogere slaagkans.

De sleutel tot een succesvolle implementatie is om het project niet te benaderen als een IT-project, maar als een business transformatieproject. De werkvloer moet vanaf dag één betrokken worden, want zij kennen de processen en de pijnpunten het best. Het doel is niet ‘het implementeren van een ERP’, maar ‘het verbeteren van de informatiestroom om sneller te kunnen leveren’. Het ERP is slechts een middel om dat doel te bereiken, nadat de processen zelf al ‘Lean’ zijn gemaakt.

ERP-selectiecriteria voor Belgische KMO’s
Factor Grote ERP-systemen Modulaire oplossingen
Implementatietijd 12-24 maanden 3-6 maanden
Flexibiliteit Beperkt, rigide processen Hoog, aanpasbaar
Kosten KMO €100.000+ €20.000-50.000
Betrokkenheid werkvloer Vaak alleen IT/management Hele team mogelijk
Risico op falen Hoog (60%) Laag-gemiddeld

Hoe bespaart u 20 uur per week op administratie zonder extra personeel?

Twintig uur per week. Dat is een halve voltijdse medewerker. Dit is een realistische en zelfs conservatieve schatting van de tijd die in veel Belgische KMO’s verloren gaat aan inefficiënte administratieve taken. De oplossing ligt niet in het aanwerven van extra personeel, maar in het genadeloos elimineren van taken die geen waarde toevoegen, en het slim automatiseren of standaardiseren van de rest. De 5S-methode (Scheiden, Schikken, Schoonmaken, Standaardiseren, Standhouden) is hier niet enkel van toepassing op een fysieke werkplek, maar ook op uw digitale omgeving en processen.

Begin met het identificeren van de grootste tijdverspillers. Dit zijn vaak terugkerende taken die manueel worden uitgevoerd, veel overdrachtsmomenten kennen, of afhankelijk zijn van papieren documenten. Door deze taken te analyseren met een kritische blik, vindt u vaak eenvoudige, direct implementeerbare oplossingen. Een onkostennota die via drie schijven op papier moet goedgekeurd worden, kan bijvoorbeeld vervangen worden door een simpele app waarbij een foto van het bonnetje volstaat.

Hier zijn de top 5 administratieve tijdverspillers in Belgische KMO’s, samen met hun Lean-oplossing:

  • Onkostennota’s verwerken: Implementeer een digitale app (bv. Rydoo, Mobilexpense) waar medewerkers met een foto van het bonnetje hun onkosten direct kunnen indienen. Dit elimineert papier, manuele invoer en lange goedkeuringscycli.
  • Verlofaanvragen (klein verlet, etc.): Gebruik een standaard online formulier (via het intranet, of zelfs een simpele Microsoft/Google Form) met een automatische goedkeuringsflow voor standaardaanvragen.
  • Data doorsturen naar het sociaal secretariaat: Zorg voor een directe koppeling (API) tussen uw ERP- of HR-systeem en dat van het sociaal secretariaat. Dit voorkomt dubbele data-invoer en fouten.
  • BTW-aangifte voorbereiden: Gebruik de functionaliteiten binnen MyMinfin en koppel uw boekhoudsoftware voor maximale automatisering. Elektronische facturatie is hierbij een cruciale hefboom.
  • Factuurverwerking (inkomend en uitgaand): Implementeer OCR-software (Optical Character Recognition) die data van facturen automatisch herkent en boekingsvoorstellen doet. Voor uitgaande facturen is de overstap naar verplichte e-facturatie een enorme besparing. De Belgische overheid zelf stelt een kostenbesparing tot 70% vast bij de overstap naar elektronische facturatie.

Elk van deze oplossingen reduceert wachttijd, elimineert fouten en maakt waardevolle tijd van uw medewerkers vrij voor taken die er echt toe doen. De cumulatieve impact van deze kleine ingrepen leidt al snel tot de beloofde 20 uur per week, of zelfs meer.

Begin vandaag nog met het analyseren van één enkel administratief proces in uw organisatie. Identificeer de wachttijden, kwantificeer hun impact en pas een van de bovenstaande oplossingen toe. Die eerste, concrete meting en actie is de meest cruciale stap naar een efficiënter, veerkrachtiger en winstgevender bedrijf.

Koenraad De Smet, Senior HR-strateeg en expert in Belgisch arbeidsrecht en sociale dialoog. Gespecialiseerd in loonoptimalisatie, vakbondsonderhandelingen en talentacquisitie in krappe arbeidsmarkten.