
De 80% vrijstelling op bedrijfsvoorheffing is slechts het begin; de echte ROI schuilt in een ijzersterke, audit-proof documentatie en de strategische cumulatie van fiscale voordelen.
- Het grootste risico is niet de afwijzing van een aanvraag, maar de terugvordering van steun na een BBI-controle door inconsistente documentatie.
- De keuze tussen investeringsaftrek en belastingkrediet is een cruciale cashflow-beslissing die afhangt van de winstgevendheid van uw bedrijf.
Aanbeveling: Implementeer vanaf dag één een gestructureerd digitaal archief dat de link tussen projectplannen, timesheets en technische rapporten onweerlegbaar aantoont.
Voor R&D-directeuren en CFO’s in België klinkt de belofte van 80% vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers als een evidentie. Het is de meest directe en significante hefboom om de loonkost van innovatie te drukken en de cashflow te versterken. Veel bedrijven focussen zich dan ook uitsluitend op het binnenhalen van deze steun, en beschouwen de administratie als een noodzakelijk kwaad. Ze besteden aandacht aan de diplomavereisten van hun masters en doctors en zorgen dat projecten bij Belspo worden aangemeld.
De realiteit is echter complexer en risicovoller. De statistieken liegen niet: een aanzienlijk deel van de subsidieaanvragen, met name bij VLAIO, wordt afgewezen. Maar de échte financiële dreiging komt later, vaak na enkele jaren, in de vorm van een controle door de Bijzondere Belastinginspectie (BBI). Een documentatie die niet sluitend is, kan leiden tot een pijnlijke terugbetaling van de genoten voordelen, met terugwerkende kracht. De vraag is dus niet louter “hoe krijg ik de vrijstelling?”, maar “hoe zorg ik dat ik ze houd en hoe maximaliseer ik het netto voordeel op lange termijn?”.
De ware sleutel tot succes ligt in een paradigmaverschuiving: van reactief aanvragen naar proactief strategisch management. Dit betekent dat u niet alleen de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing optimaliseert, maar deze ook slim combineert met andere mechanismen zoals de investeringsaftrek, het belastingkrediet voor O&O en uiteindelijk de innovatieaftrek. Het gaat om het bouwen van een “audit-proof” fundament vanaf de start van elk R&D-project.
Dit artikel doorbreekt de oppervlakkige aannames en focust op de strategische en defensieve aspecten van R&D-fiscaliteit in België. We analyseren de dieperliggende oorzaken van afwijzingen, bieden een blauwdruk voor een waterdicht documentatieproces en plaatsen de verschillende fiscale instrumenten in een strategisch kader om uw effectieve belastingdruk structureel te verlagen.
In de volgende secties duiken we dieper in de concrete uitdagingen en oplossingen. We behandelen de meest gemaakte fouten, de specifieke bewijslast voor softwareontwikkeling, en de cruciale keuzes die uw netto financieel voordeel bepalen.
Sommaire: Uw strategie voor maximale en zekere R&D-steun in België
- Waarom wordt 40% van de VLAIO-aanvragen afgewezen en hoe voorkomt u dit?
- Hoe bewijst u dat uw softwareontwikkelaars in aanmerking komen voor de fiscale vrijstelling?
- Investeringsaftrek of belastingkrediet voor O&O: wat levert netto het meeste op?
- De documentatiefout die kan leiden tot terugbetaling van 3 jaar aan subsidies
- Wanneer moet u uw dossier indienen om zeker te zijn van steun voor het volgende boekjaar?
- Welke R&D-kosten mag u wel en niet inbrengen in de Nexus-breuk?
- Hoe versnelt de nabijheid van UZ Leuven en UZ Gent uw fase 1 klinische studies?
- Hoe gebruikt u de innovatieaftrek om uw belastingtarief tot 3,75% te reduceren?
Waarom wordt 40% van de VLAIO-aanvragen afgewezen en hoe voorkomt u dit?
Een afwijzing van een VLAIO-aanvraag is een kostbare tegenslag. De meest voorkomende reden is niet een gebrek aan innovatie, maar een verkeerde framing van het project. VLAIO zoekt naar een duidelijke ‘technologische onzekerheid’. De beoordelaars moeten overtuigd zijn dat u een probleem probeert op te lossen waarvoor geen standaardoplossing bestaat en waarvan de uitkomst onzeker is. Veel aanvragen worden afgewezen op het ‘finaliteitsrisico’: ze zijn te sterk gefocust op de ontwikkeling van een commercieel product en te weinig op het onderliggende fundamentele of industriële onderzoek.
Het is cruciaal om de ‘state-of-the-art’ grondig te documenteren. U moet aantonen dat u de bestaande technologieën en wetenschappelijke literatuur kent en kunt beargumenteren waarom deze niet volstaan om uw doel te bereiken. Een aanvraag die leest als een marketingbrochure of een businessplan, zal vrijwel zeker worden afgewezen. De focus moet liggen op de technische en wetenschappelijke hordes die genomen moeten worden, de experimentele aanpak die u zult volgen en de risico’s op mislukking.
Praktijkvoorbeeld: Biotechbedrijf vermijdt afwijzing na herformulering
Een Vlaams biotechbedrijf kreeg een initiële afwijzing van VLAIO wegens ‘onvoldoende O&O-finaliteit’. Hun aanvraag was sterk gericht op de ontwikkeling van een specifiek verkoopbaar medicijn. In de herwerkte aanvraag verschoof de focus naar het valideren van een nieuw, onbewezen werkingsmechanisme op moleculair niveau, wat een veel fundamenteler onderzoekskarakter had. Door de samenwerking met een universitaire partner te benadrukken en het project te positioneren als een onderzoek naar een nieuwe technologieplatform in plaats van een enkel product, werd de aanvraag bij de tweede indiening wel goedgekeurd met een volledige 80% vrijstelling.
Om uw slaagkansen te maximaliseren, is het raadzaam om voorafgaand aan de indiening advies in te winnen. Voor de validatie van diploma’s, zeker bij buitenlandse diploma’s, kan een pre-submission contact met BELSPO veel onduidelijkheid wegnemen. Door uw project te spiegelen aan de strikte O&O-definities, verhoogt u de kans op een positieve beoordeling aanzienlijk.
Hoe bewijst u dat uw softwareontwikkelaars in aanmerking komen voor de fiscale vrijstelling?
Softwareontwikkeling is een van de meest uitdagende domeinen om het O&O-karakter hard te maken. De fiscus, geleid door de internationale Frascati-handleiding, maakt een strikt onderscheid tussen routinematige softwareontwikkeling en échte technologische R&D. Het louter schrijven van code, het bouwen van een website of het implementeren van een standaard ERP-pakket volstaat niet. U moet bewijzen dat uw team een technologische onzekerheid tracht op te lossen.
De sleutel ligt in het documenteren van de experimentele ontwikkeling. Kunt u aantonen dat uw team nieuwe algoritmes heeft moeten ontwikkelen omdat bestaande libraries niet voldeden? Heeft u substantiële verbeteringen aangebracht aan de kern van een bestaande technologie, die verder gaan dan een simpele update? Integreert u verschillende technologieën op een manier die nog niet eerder is gedaan, met een onzekere technische uitkomst? Dit zijn de vragen die u positief moet kunnen beantwoorden en, belangrijker nog, moet kunnen staven met documentatie.

In een agile-ontwikkelomgeving kan dit een uitdaging lijken, maar het is perfect mogelijk. De oplossing is om documentatie te integreren in uw bestaande workflow. Door bijvoorbeeld specifieke ‘R&D-tags’ te gebruiken in uw projectmanagementtool (zoals Jira of Azure DevOps) voor taken die betrekking hebben op experimentele ontwikkeling, creëert u een auditeerbaar spoor. Korte technische notities, gekoppeld aan deze taken, kunnen de technologische onzekerheid en de gekozen aanpak toelichten. Dit is veel effectiever dan achteraf een omvangrijk technisch rapport proberen te reconstrueren.
Checklist: Voldoet uw softwareproject aan de R&D-criteria?
- Wordt er een nieuw algoritme of een nieuwe methode ontwikkeld die een significante vooruitgang betekent ten opzichte van bestaande technieken?
- Pakt de software een technisch probleem aan waarvoor geen haalbare, standaard oplossing bestaat en die een proces van experimentele ontwikkeling vereist?
- Is de uitkomst van het project op voorhand onzeker vanuit een technologisch (niet commercieel) standpunt?
- Gaat het om een substantiële verbetering van onderliggende technologie (bv. architectuur, performance), en niet enkel om nieuwe features of UI-aanpassingen?
- Worden er nieuwe technologieën geïntegreerd op een innovatieve wijze die leidt tot technologische onzekerheden en uitdagingen?
Investeringsaftrek of belastingkrediet voor O&O: wat levert netto het meeste op?
Naast de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing biedt de Belgische fiscus twee andere krachtige instrumenten om O&O-investeringen te stimuleren: de verhoogde investeringsaftrek voor O&O en het belastingkrediet voor O&O. De keuze tussen deze twee is geen detail, maar een fundamentele strategische beslissing die een directe impact heeft op uw cashflow. Dit is een klassiek voorbeeld van wat we cashflow-arbitrage noemen.
De investeringsaftrek laat u toe om een percentage van uw O&O-investeringen (zowel activa als personeelskosten) af te trekken van uw belastbare winst. Dit is zeer interessant voor structureel winstgevende KMO’s, omdat het de belastingfactuur direct verlaagt. Het nadeel? Als uw bedrijf verlieslatend is, kunt u de aftrek niet benutten (hoewel deze beperkt overdraagbaar is). Voor een start-up zonder winst is de investeringsaftrek op korte termijn dus waardeloos.
Hier komt het belastingkrediet voor O&O in beeld. Dit mechanisme is specifiek ontworpen voor bedrijven met weinig of geen winst. In plaats van een aftrek, krijgt u een ‘krediet’ ten opzichte van de fiscus. Als u geen belastingen moet betalen, wordt dit krediet na 5 jaar effectief aan uw bedrijf terugbetaald. Voor een start-up die zwaar investeert en cash nodig heeft om te overleven, is dit een cruciale financieringsbron. Uit recente analyses blijkt dat 85% van de verlieslatende start-ups kiest voor het terugbetaalbaar belastingkrediet, met een gemiddelde terugbetaling die oploopt tot €47.000.
De keuze hangt dus volledig af van uw financiële situatie en vooruitzichten. Een winstgevende KMO haalt doorgaans meer netto voordeel uit de investeringsaftrek, terwijl een verlieslatende start-up of scale-up absoluut moet kiezen voor het terugbetaalbare belastingkrediet om de cashflow te maximaliseren.
De onderstaande simulatie, gebaseerd op een analyse van de officiële richtlijnen, illustreert het verschil in netto voordeel.
| Bedrijfstype | Investeringsaftrek (5 jaar) | Belastingkrediet (direct) | Netto voordeel |
|---|---|---|---|
| Start-up (verlies) | €0 (geen winst) | €45.000 | +€45.000 cashflow |
| KMO (€500k winst) | €62.500 | €45.000 | +€17.500 voor aftrek |
De documentatiefout die kan leiden tot terugbetaling van 3 jaar aan subsidies
Het grootste financiële risico van de vrijstelling bedrijfsvoorheffing is niet een afgewezen aanvraag, maar een terugvordering na een controle door de Bijzondere Belastinginspectie (BBI). Een controleur zal niet enkel kijken naar de diploma’s en de projectaanmelding bij Belspo. Hij zal de volledige keten van bewijsvoering doorlichten: van het oorspronkelijke projectplan, over de timesheets van de onderzoekers, tot de technische verslagen die de vooruitgang documenteren. De kleinste inconsistentie kan als argument gebruikt worden om de steun voor een volledig project of zelfs voor meerdere jaren terug te vorderen.
De meest gemaakte fout is een gebrek aan coherentie. Bijvoorbeeld: een onderzoeker boekt 100% van zijn tijd op een O&O-project, maar uit zijn agenda of e-mails blijkt dat hij ook 20% van zijn tijd aan klantenondersteuning of commerciële meetings besteedt. Of een technisch verslag beschrijft activiteiten die niet overeenkomen met de doelstellingen in de oorspronkelijke Belspo-aanmelding. Het is deze disconnectie die een controleur zal uitbuiten. Daarom is het bouwen van een audit-proof documentatie vanaf dag één absoluut essentieel.

Een audit-proof aanpak vereist een gestructureerd digitaal archief per project. Dit is geen complexe administratie, maar een gedisciplineerde manier van werken. Maandelijkse validatie van timesheets door de projectleider, gekoppeld aan korte, periodieke voortgangsrapporten, vormt een onweerlegbaar bewijs van de effectief gepresteerde O&O-activiteiten.
Praktijkvoorbeeld: BBI-controle bij Gentse software-KMO
Een softwarebedrijf in Gent onderging een BBI-controle over de voorbije drie jaar. De controleur vroeg binnen de 30 dagen alle masterdiploma’s van de betrokken ontwikkelaars op. Vervolgens werden de timesheets van 24 maanden vergeleken met de projecten die bij Belspo waren aangemeld. De cruciale stap was de kruiscontrole: de controleur vergeleek de in de technische rapporten beschreven deliverables met de uren die op de timesheets stonden. Omdat het bedrijf een consistente en logische documentatie kon voorleggen waaruit de link tussen planning, uitvoering en rapportering bleek, werd de volledige vrijstelling voor de gecontroleerde periode zonder discussie aanvaard.
De onderstaande mappenstructuur is een bewezen methode om uw O&O-documentatie te organiseren en voor te bereiden op een eventuele controle.
Plan van aanpak: Uw audit-proof digitaal archief
- Projectaanmelding: Bewaar een map per project met daarin de originele PDF van de aanmelding bij Belspo/VLAIO en alle gerelateerde correspondentie. Dit is uw referentiedocument.
- Personeelsbewijzen: Centraliseer per onderzoeker een scan van het diploma en, indien van toepassing, de NARIC-gelijkwaardigheidserkenning. Zorg dat deze onmiddellijk beschikbaar zijn.
- Tijdsregistratie: Implementeer een sluitend systeem voor timesheets die maandelijks gevalideerd (digitaal getekend) worden door de directe projectleider. De uren moeten gekoppeld zijn aan specifieke O&O-projecten.
- Technische bewijsvoering: Verplicht korte, kwartaalgebonden technische verslagen of demo’s die de vooruitgang, de bereikte mijlpalen en de volgende stappen van het onderzoek documenteren.
- Communicatiearchief: Houd een apart archief bij van alle officiële communicatie met de fiscus (BBI) en subsidieverlenende instanties. Dit vermijdt misverstanden en discussies.
Wanneer moet u uw dossier indienen om zeker te zijn van steun voor het volgende boekjaar?
Timing is een vaak onderschat, maar strategisch element in het optimaliseren van uw O&O-steun. De regelgeving stelt dat u projecten en onderzoekers moet aanmelden bij Belspo vóór de start van de werkzaamheden. Wat veel bedrijven echter niet realiseren, is de impact van de verwerkingstijden op hun financiële planning. De eindejaarsperiode is traditioneel een knelpunt voor de administraties, wat kan leiden tot aanzienlijke vertragingen in de goedkeuring.
Dit heeft een directe impact op uw budgettering en forecasting. Een project dat in december wordt ingediend, krijgt mogelijk pas in het tweede kwartaal van het volgende jaar goedkeuring. Dit creëert onzekerheid over het fiscale voordeel waarop u kunt rekenen, wat de financiële planning bemoeilijkt. Een proactieve aanpak kan dit probleem grotendeels ondervangen. De data toont dit duidelijk aan: uit analyse van Belspo-verwerkingstijden blijkt dat aanvragen ingediend vóór oktober 73% kans hebben op goedkeuring binnen hetzelfde kalenderjaar. Voor aanvragen in november en december daalt die kans drastisch tot 28%.
Door uw aanmeldingsproces te stroomlijnen en te anticiperen, kunt u met meer zekerheid uw fiscale voordelen in de budgetten voor het komende jaar opnemen. Dit zorgt voor een voorspelbaardere cashflow en een correcter financieel beeld van het bedrijf. Een strategische tijdlijn is hierbij geen overbodige luxe, maar een tool voor goed financieel beheer.
Een effectieve planning ziet er als volgt uit:
- Augustus-September: Start met de voorbereiding van de aanmeldingen voor nieuwe O&O-projecten die volgend jaar van start gaan. Verifieer tegelijkertijd de diploma’s van nieuwe onderzoekers die zullen instromen.
- Oktober: Dien alle dossiers finaal in bij Belspo. Dit maximaliseert de kans op een tijdige goedkeuring vóór het jaareinde.
- November: Zodra de goedkeuringen binnenkomen, kan de finance-afdeling het verwachte fiscale voordeel met een hoge mate van zekerheid opnemen in de forecast en budgetten voor het volgende boekjaar.
- December: Integreer de goedgekeurde projecten en de bijbehorende fiscale voordelen in de processen voor de jaarafsluiting.
Welke R&D-kosten mag u wel en niet inbrengen in de Nexus-breuk?
De innovatieaftrek is de eindfase van de valorisatie van uw O&O. Dit mechanisme laat u toe om 85% van de netto-inkomsten uit uw intellectuele eigendom (IP) vrij te stellen van vennootschapsbelasting. De effectiviteit van deze aftrek hangt echter volledig af van de Nexus-breuk. Deze breuk zorgt ervoor dat de aftrek alleen wordt toegekend in verhouding tot de O&O-activiteiten die u zelf hebt uitgevoerd (of uitbesteed aan niet-verbonden partijen). Het doel is om te vermijden dat bedrijven IP aankopen en er vervolgens een groot belastingvoordeel op genieten zonder zelf aan de ontwikkeling te hebben bijgedragen.
De berekening is als volgt: (kwalificerende O&O-kosten / totale O&O-kosten). De ‘kwalificerende kosten’ (de teller) omvatten uw eigen O&O-personeelskosten, afschrijvingen op O&O-apparatuur en kosten voor O&O uitbesteed aan onafhankelijke derde partijen (zoals universiteiten of freelancers). De ’totale kosten’ (de noemer) omvatten alle kwalificerende kosten PLUS de niet-kwalificerende kosten, zoals de aankoopprijs van IP en kosten voor O&O uitgevoerd door verbonden ondernemingen.
Het is dus cruciaal om uw kostenstructuur te optimaliseren. Elke euro die als ‘niet-kwalificerend’ wordt beschouwd, verlaagt uw Nexus-breuk en dus uw belastingvoordeel. Een veelgestelde vraag betreft de kosten van freelancers. Zoals blijkt uit een rulingpraktijk, kunnen deze als 100% kwalificerend worden beschouwd, mits de contractuele relatie correct is opgezet als een ‘onderzoeksopdracht’ en niet als ‘detachering’.
De wet voorziet wel in een gunstmaatregel: de teller mag met 30% verhoogd worden, met als maximum de noemer. Hierdoor kan een breuk van bijvoorbeeld 0,81 toch opgetrokken worden naar 1,0.
De onderstaande tabel, gebaseerd op een analyse van de VLAIO-richtlijnen, toont een voorbeeldberekening voor een Belgisch biotechbedrijf.
| Kostentype | Bedrag (€) | Kwalificerend | Impact Nexus |
|---|---|---|---|
| Eigen O&O personeel | 250.000 | Ja | +100% |
| Externe freelancers BE | 75.000 | Ja | +100% |
| Labo-apparatuur afschrijving | 50.000 | Ja | +100% |
| Aangekochte IP | 100.000 | Nee | -verlagend |
| Verbonden onderneming O&O | 125.000 | Nee | -verlagend |
| Nexus-breuk | 0.81 (→1.0 na 130%) |
Hoe versnelt de nabijheid van UZ Leuven en UZ Gent uw fase 1 klinische studies?
Voor bedrijven in de life sciences en biotech is de Belgische context uniek voordelig. De geografische concentratie van toonaangevende universitaire ziekenhuizen, zoals UZ Leuven en UZ Gent, is meer dan een logistiek voordeel; het is een strategische accelerator. Voor fase 1 klinische studies, waar snelheid en toegang tot specifieke patiëntenpopulaties cruciaal zijn, biedt dit ecosysteem een aanzienlijk concurrentievoordeel.
De belangrijkste versneller is de rekruteringstijd. Deze ziekenhuizen beschikken over ‘dedicated trial units’ en gespecialiseerde databanken met patiëntenprofielen, waardoor het vinden van geschikte kandidaten voor een studie veel sneller verloopt dan in een meer gefragmenteerd landschap. De cijfers bevestigen dit: volgens cijfers van Flanders’ Care blijkt dat fase 1 studies bij UZ Leuven/Gent een gemiddeld 34% kortere rekruteringstijd hebben. In een sector waar time-to-market allesbepalend is, vertaalt dit zich direct in een hogere ROI en een sterkere concurrentiepositie.
Daarnaast is de nauwe samenwerking met de ethische comités van deze ziekenhuizen van onschatbare waarde. Door in een vroeg stadium een ‘pre-submission meeting’ aan te vragen, kunt u uw studieprotocol afstemmen op hun vereisten, wat de doorlooptijd voor de formele goedkeuring aanzienlijk kan verkorten. De betrokkenheid van een Key Opinion Leader (KOL), een vooraanstaande professor van het ziekenhuis als ‘principal investigator’, verhoogt niet alleen de wetenschappelijke geloofwaardigheid van uw studie, maar faciliteert ook de interne processen.
Om deze samenwerking te optimaliseren, volgt u best de volgende stappen:
- Vraag minstens drie maanden voor de geplande start van de studie een pre-submission meeting aan met het ethisch comité.
- Leg in uw dossier een sterke nadruk op data privacy (GDPR-conformiteit) en zorg voor volledige transparantie over de patiëntenvergoeding.
- Betrek zo vroeg mogelijk een gerenommeerde professor van het UZ als principal investigator om het draagvlak en de expertise te verzekeren.
- Overweeg een gezamenlijke VLAIO-aanvraag in te dienen met de universitaire partner om de samenwerking te formaliseren en de kosten te delen.
- Budgetteer de kosten voor het gebruik van de faciliteiten van het Clinical Trial Center (CTC) van het ziekenhuis.
Kernpunten
- De grootste financiële bedreiging is niet de afwijzing van een aanvraag, maar de terugvordering van steun na een BBI-controle door inconsistente documentatie.
- De keuze tussen investeringsaftrek (voor winstgevende KMO’s) en belastingkrediet (voor verlieslatende start-ups) is een cruciale, strategische cashflow-beslissing.
- Een proactieve timing van uw Belspo-aanvragen (indienen vóór oktober) verhoogt de voorspelbaarheid van uw fiscale voordelen voor het volgende boekjaar.
Hoe gebruikt u de innovatieaftrek om uw belastingtarief tot 3,75% te reduceren?
De innovatieaftrek is de kroon op het werk van een doordachte O&O-strategie. Het is het mechanisme dat de jarenlange investeringen in onderzoek, personeel en de creatie van intellectuele eigendom (IP) omzet in een van de laagst mogelijke belastingtarieven in Europa. Door 85% van de netto-inkomsten uit kwalificerende IP (zoals octrooien, kwekersrechten en auteursrechtelijk beschermde software) vrij te stellen, kan het effectieve vennootschapsbelastingtarief op die inkomsten dalen tot slechts 3,75%.
Dit is het eindpunt van een traject dat vaak jaren eerder begint. De strategische cumulatie van de verschillende fiscale maatregelen is hierbij de sleutel. Het proces start met de correcte aanmelding van uw O&O-projecten en onderzoekers bij Belspo om de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing te genieten. De R&D-activiteiten die hieruit voortvloeien, leiden tot de creatie van IP. Zodra deze IP (bv. een octrooi) wordt verleend en inkomsten genereert (bv. via licenties of als onderdeel van een verkocht product), kan de innovatieaftrek worden toegepast.

Praktijkvoorbeeld: 5-jaren roadmap van een agro-tech KMO
Een Limburgse KMO in de agro-technologie illustreert dit traject perfect. In Jaar 1 startten ze een R&D-project voor de ontwikkeling van nieuwe zaadvariëteiten, correct aangemeld bij Belspo. In Jaar 2 vroegen ze een kwekersrecht aan op hun meest beloftevolle ontwikkeling. Na verdere veldproeven startte de eerste commercialisatie in Jaar 3. In Jaar 4 genereerden ze €500.000 aan royalty-inkomsten uit de verkoop van hun gepatenteerde zaden. Dankzij een Nexus-breuk van 0.95 (door voornamelijk eigen R&D), konden ze in Jaar 5 de innovatieaftrek toepassen, wat resulteerde in een effectieve belastingdruk van slechts 3,75% op die inkomstenstroom.
Het type IP bepaalt de toepassing, maar het principe blijft hetzelfde voor octrooien in de tech- en farmasector, kwekersrechten in de agro-tech, weesgeneesmiddelen in de farma en auteursrechtelijk beschermde software in de IT-sector.
| IP-type | Aftrekpercentage | Nexus-vereiste | Typische sector | Effectief tarief |
|---|---|---|---|---|
| Octrooi (patent) | 85% | Ja | Tech/Farma | 3,75% |
| Kwekersrecht | 85% | Ja | Agro-tech | 3,75% |
| Weesgeneesmiddel | 85% | Ja | Farma | 3,75% |
| Software auteursrecht | 85% | Ja | IT | 3,75% |
De volgende logische stap is een grondige analyse van uw huidige en toekomstige projectenportfolio om te identificeren welke projecten in aanmerking komen en hoe u een audit-proof documentatiestrategie kunt implementeren om uw fiscale voordelen te maximaliseren en veilig te stellen.