maart 11, 2024

Vergeet de vage beloftes. Gen-Z talent trekt u niet aan met een algemeen duurzaamheidslabel, maar met tastbaar bewijs van lokale en authentieke acties.

  • Lokale impact, zoals het sponsoren van een buurtclub, creëert meer goodwill dan anonieme, grote doelen.
  • Transparant communiceren over uw vooruitgang – inclusief de uitdagingen – is geloofwaardiger dan een perfect, maar onpersoonlijk MVO-rapport.

Aanbeveling: Kies voor duurzame initiatieven die strategisch aansluiten bij uw bedrijfscultuur en Belgische context. Het eerlijke verhaal erachter is uw sterkste troef.

Als HR-directeur of zaakvoerder in België merkt u het ongetwijfeld: een competitief loonpakket alleen volstaat niet meer om jong talent, en dan vooral Generatie Z, aan te trekken en te behouden. U hoort en leest overal dat deze generatie op zoek is naar ‘purpose’ en dat een sterk maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)-beleid essentieel is geworden. De reflex is dan vaak om te kijken naar bekende oplossingen: een groot goed doel steunen, een duurzaamheidslabel proberen te behalen of communiceren over ‘groene’ intenties.

Maar wat als de sleutel niet ligt in het afvinken van een generieke MVO-checklist? Wat als de ware aantrekkingskracht schuilt in de strategische keuze voor acties met een diepe lokale verankering? De paradox is dat authenticiteit, en zelfs het openlijk delen van uw uitdagingen en imperfecties, vaak meer waarde en geloofwaardigheid heeft dan een glanzend, maar afstandelijk duurzaamheidsrapport. Het gaat niet langer enkel om wát u doet, maar vooral om het waarom en hoe u dit op een tastbare manier bewijst.

Dit artikel fungeert als een strategische gids voor Belgische KMO’s. We duiken in concrete, vaak over het hoofd geziene, acties die een écht verschil maken in de perceptie van jonge sollicitanten. Van de onverwachte kracht van lokale sportsponsoring en de nuances in mobiliteitsoplossingen, tot de valkuilen van duurzaamheidscommunicatie en de groeiende verantwoordelijkheid in uw toeleveranciersketen. We bieden u de inzichten om uw MVO-beleid om te vormen van een kostenpost naar een strategische troef op de krappe Belgische arbeidsmarkt.

Hieronder vindt u een overzicht van de concrete thema’s die we behandelen, ontworpen om u te helpen uw duurzaamheidsbeleid strategisch in te zetten en zo het talent van morgen aan te trekken.

Waarom sponsoring van de lokale sportclub meer goodwill creëert dan een groot goed doel?

De neiging om aan te sluiten bij een groot, nationaal of internationaal goed doel lijkt logisch voor het etaleren van maatschappelijke betrokkenheid. Toch toont de praktijk aan dat de impact voor Belgische KMO’s vaak groter is wanneer de investering lokaal en tastbaar wordt gemaakt. Het sponsoren van de plaatselijke voetbalclub, hockeyvereniging of jeugdbeweging creëert een directe en zichtbare band met de gemeenschap waarin uw medewerkers en klanten leven. Dit principe van lokale verankering is een krachtig signaal naar Gen-Z, die authenticiteit en concrete impact hoog in het vaandel dragen.

De cijfers ondersteunen deze strategie. In België wordt de kracht van lokale steun erkend; zo blijkt uit analyses dat Vlaamse en Brusselse KMO’s jaarlijks 716 miljoen euro besteden aan lokale sponsoring. Deze investeringen zijn geen verloren kosten. Onderzoek van Sport Vlaanderen toont aan dat sponsorbijdragen gemiddeld 30 tot 50% van het budget van amateurclubs uitmaken. Belangrijker nog is de conclusie dat consumenten en dus ook potentiële werknemers, meer vertrouwen hebben in bedrijven die hun directe omgeving ondersteunen. Deze verbondenheid resulteert in een diepgewortelde loyaliteit die een anonieme donatie aan een wereldwijd fonds nooit kan bereiken.

Een sponsoring van de lokale sportclub is geen passieve gift; het is een actieve participatie in het sociale weefsel. Uw bedrijfsnaam op de shirts van de jeugdploeg wordt gezien door ouders, vrijwilligers en supporters. Het biedt de mogelijkheid om medewerkers te betrekken bij lokale evenementen, wat het gemeenschapsgevoel intern versterkt. Voor een jonge sollicitant is een werkgever die investeert in zijn of haar eigen leefwereld een veel sterker en geloofwaardiger signaal dan een abstract MVO-statement op een corporate website.

Fietsleasing of mobiliteitsbudget: wat scoort het best bij jonge werknemers?

Een duurzaam mobiliteitsaanbod is een hygiënefactor geworden in de war for talent. Waar de klassieke bedrijfswagen aan status inboet, winnen alternatieven snel terrein. De twee meest populaire opties, fietsleasing en het mobiliteitsbudget, lijken op het eerste gezicht inwisselbaar, maar spreken een andere behoefte aan bij jonge kenniswerkers. Het begrijpen van dit verschil is cruciaal om een aanbod te creëren dat echt resoneert met Gen-Z.

Fietsleasing is een concreet en zeer gewaardeerd voordeel. Het promoot een gezonde levensstijl en duurzaam woon-werkverkeer. Voor werknemers die op fietsbare afstand wonen, is dit een uitstekende en fiscaal aantrekkelijke optie. Het is een duidelijk signaal dat u als werkgever welzijn en ecologie ondersteunt. Echter, het is een ‘one-size-fits-all’ oplossing die minder inspeelt op de groeiende vraag naar flexibiliteit.

Diverse mobiliteitsopties voor werknemers inclusief fiets, steps en openbaar vervoer

Het mobiliteitsbudget, daarentegen, biedt de ultieme vorm van keuzevrijheid. Zoals de afbeelding illustreert, stelt het werknemers in staat om zelf een mix van vervoersmiddelen samen te stellen: een elektrische step, een abonnement op het openbaar vervoer, een deelfiets, of zelfs een bijdrage aan de huur van een woning dichter bij het werk. Deze flexibiliteit sluit naadloos aan bij de individualistische en pragmatische instelling van Gen-Z. Het Deloitte Global 2024 Gen Z and Millennial Survey toont aan dat 25% van de Nederlandse Gen Z’ers flexibiliteit en aanpassingsvermogen als topprioriteiten ziet. Het mobiliteitsbudget is het perfecte antwoord op die vraag, omdat het vertrouwen en autonomie uitstraalt.

B-Corp of EcoVadis: welk label heeft echt waarde voor uw stakeholders?

In de zoektocht naar een geloofwaardig duurzaamheidsimago staren veel KMO’s zich blind op het behalen van een label. Certificaten zoals B-Corp of een EcoVadis-score lijken een snelle manier om MVO-engagement te bewijzen. De realiteit is echter genuanceerder: de waarde van een label hangt volledig af van uw doelpubliek en uw strategische doelen. Voor Gen-Z is het label zelf vaak minder belangrijk dan het verhaal en de concrete acties die erachter schuilgaan.

De keuze voor een specifiek label is een strategische afweging, waarbij de context van uw Belgische KMO centraal moet staan. Een analyse van VLAIO biedt hierover helderheid.

Vergelijking duurzaamheidslabels voor Belgische KMO’s
Label Bekendheid Gen Z Implementatiekosten Voordeel voor KMO
B-Corp Laag-Gemiddeld Hoog Internationale erkenning
EcoVadis Zeer laag Gemiddeld B2B leveranciersrelaties
VCDO-charter (Voka) Laag Laag Lokale verankering België
CO2-Neutraal Hoog Variabel Direct herkenbaar

Zoals de tabel toont, hebben labels als EcoVadis vooral waarde in een B2B-context om te voldoen aan de eisen van grote klanten, terwijl hun bekendheid bij het brede publiek en Gen-Z zeer laag is. Het VCDO-charter van Voka speelt dan weer perfect in op lokale verankering in België. Hoewel de bekendheid bij jongeren laag is, biedt het een kader voor concrete, lokale acties die u vervolgens kunt communiceren. Het ‘CO2-Neutraal’ label is het meest herkenbaar, maar kan als oppervlakkig worden ervaren als het niet wordt ondersteund door een diepgaand reductiebeleid.

De kern van de zaak wordt perfect samengevat in een strategisch advies gebaseerd op een analyse van duurzaamheidslabels voor Belgische ondernemingen:

De échte troef is het verhaal over de verbeteringen die u dankzij het labelproces heeft doorgevoerd, bijvoorbeeld ‘Dankzij EcoVadis hebben we ons afval met 20% gereduceerd’, niet het label zelf.

– Strategisch advies, Analyse duurzaamheidslabels voor Belgische ondernemingen

De communicatiefout over duurzaamheid die uw reputatie onherstelbaar schaadt

Een sterk duurzaamheidsbeleid hebben is één ding; er effectief en geloofwaardig over communiceren is een tweede, en minstens even belangrijk. De grootste fout die bedrijven vandaag maken, is niet noodzakelijk ‘greenwashing’ (zich groener voordoen dan men is), maar de groeiende trend van ‘greenhushing’: het uit angst of onzekerheid volledig zwijgen over de MVO-inspanningen. Deze aanpak, hoewel veilig lijkend, is nefast voor het aantrekken van Gen-Z, die net op zoek is naar transparantie.

De inzet is hoog. Onderzoek toont aan dat 1 op de 3 jongeren (18-24 jaar) wel eens een baan heeft afgeslagen omdat de waarden van het bedrijf niet overeenkwamen met hun eigen overtuigingen. Als u niet communiceert over uw MVO-beleid, geeft u hen geen enkele reden om voor u te kiezen. De sleutel tot succesvolle communicatie ligt in authenticiteit en het omarmen van de ‘geloofwaardigheidsparadox’: perfectie is verdacht, terwijl het delen van de reis, inclusief dilemma’s en imperfecties, vertrouwen schept.

Voor een authentieke communicatie die resoneert met Gen-Z, kunt u de volgende principes hanteren:

  • Wees transparant, geen greenhushing: Communiceer open over de positieve stappen die u zet, hoe klein ook.
  • Deel de dilemma’s: Wees niet bang om te vertellen waar u nog kunt verbeteren. Een verhaal over hoe u een moeilijke keuze hebt gemaakt (bv. tussen twee leveranciers) is krachtiger dan een vlekkeloos eindresultaat.
  • Koppel aan concrete cijfers: Zeg niet “we verminderen afval”, maar “we hebben ons papierverbruik vorig jaar met 15% gereduceerd”.
  • Betrek uw medewerkers: Laat jonge werknemers zelf vertellen over de duurzaamheidsprojecten waaraan ze meewerken. Hun stem is het meest authentieke marketingkanaal.

Wanneer bent u verantwoordelijk voor de wanpraktijken van uw toeleveranciers?

De focus op duurzaamheid stopt niet aan de deur van uw eigen bedrijf. Jonge, kritische talenten kijken steeds vaker naar de volledige waardeketen. De vraag is niet langer enkel “wat doet uw bedrijf?”, maar ook “met wie doet uw bedrijf zaken?”. De ethische en ecologische praktijken van uw toeleveranciers worden in toenemende mate ook úw verantwoordelijkheid, zowel in de publieke opinie als wettelijk.

Deze verschuiving wordt geformaliseerd door nieuwe Europese en nationale wetgeving. In België wordt dit concreet door de implementatie van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Een juridisch expert verduidelijkt de impact op Belgische bedrijven:

De Belgische wet op de zorgplicht verplicht bedrijven om due diligence uit te voeren in hun waardeketen. Voor KMO’s betekent dit praktisch dat zij moeten kunnen aantonen welke stappen ze ondernemen om risico’s te identificeren.

– Juridisch expert, Analyse Belgische implementatie CSDDD wetgeving

Voor een KMO betekent dit niet dat u elke leverancier tot in het kleinste detail moet auditen. Het gaat om een risicogebaseerde aanpak. Waar bevinden zich de grootste risico’s op sociaal of ecologisch vlak in uw keten? Start daar met het stellen van vragen. Vraag uw belangrijkste leveranciers naar hun beleid, certificaten of de stappen die zij zetten.

Zakelijke partners bespreken duurzaamheidsdata aan vergadertafel

Deze waardeketen-verantwoordelijkheid is geen last, maar een kans. Door actief in dialoog te gaan met uw partners, zoals de afbeelding symboliseert, toont u proactief leiderschap. Het documenteren van dit proces en er transparant over communiceren, wordt een krachtig onderdeel van uw MVO-verhaal. Het bewijst aan Gen-Z dat uw engagement diepgaand is en verder reikt dan de eigen bedrijfsmuren.

Wat zoeken millennials en Gen-Z kenniswerkers naast een goed salaris?

De aanname dat een hoger salaris de doorslaggevende factor is, is een van de grootste misvattingen op de huidige arbeidsmarkt. Hoewel een faire verloning een basisvereiste blijft, tonen tal van onderzoeken aan dat de prioriteiten van millennials en vooral Gen-Z fundamenteel verschoven zijn. Ze zijn op zoek naar een holistisch pakket waarin zingeving, flexibiliteit en persoonlijke ontwikkeling centraal staan.

Een opvallende statistiek onderstreept deze mentaliteitswijziging: een studie toont aan dat 62% van Gen Z bereid is een lager salaris te accepteren in ruil voor een betere werk-privébalans. Deze balans gaat niet enkel over minder uren werken, maar over de autonomie om werk te integreren in hun leven op een manier die voor hen werkt. Dit verklaart de populariteit van flexibele werkuren, de mogelijkheid tot thuiswerk en het mobiliteitsbudget.

Naast flexibiliteit zijn er drie andere cruciale pijlers die jonge kenniswerkers zoeken:

  • Impact en Co-creatie: Ze willen niet enkel een taak uitvoeren, maar bijdragen aan een groter geheel. Betrek hen bij MVO-vraagstukken, bijvoorbeeld door tijdens sollicitaties een concrete case voor te leggen. Geef hen de ruimte voor ‘intrapreneurship’, zoals 20% van hun tijd besteden aan eigen duurzaamheidsprojecten binnen het bedrijf.
  • Ontwikkeling en Feedback: Deze generatie is opgegroeid met constante feedbackloops. Ze verwachten regelmatige evaluatiemomenten en duidelijke groeipad-mogelijkheden. Mentorprogramma’s met ervaren collega’s worden zeer gewaardeerd.
  • Transparantie: Ze hebben een afkeer van corporate geheimzinnigheid. Wees open over de bedrijfsstrategie, de besluitvorming en zelfs over salarisschalen. Deze transparantie bouwt vertrouwen en een gevoel van gelijkwaardigheid op.

Deze elementen aanbieden is geen ‘soft HR’, maar een keiharde strategische noodzaak. Het zijn deze factoren die uw bedrijfscultuur definiëren en u onderscheiden als een aantrekkelijke werkgever voor de generaties die de toekomst van werk bepalen.

Hoe koopt u groene stroom rechtstreeks van een offshore windpark (Corporate PPA)?

Het direct aankopen van groene stroom via een Corporate Power Purchase Agreement (PPA) is een van de meest concrete en impactvolle manieren om uw duurzaamheidsengagement te tonen. Een PPA is een langetermijncontract waarbij uw bedrijf elektriciteit afneemt rechtstreeks van een producent van hernieuwbare energie, zoals een wind- of zonnepark. Dit garandeert niet alleen een stabiele en voorspelbare energieprijs, maar levert ook het tastbare bewijs dat u actief bijdraagt aan de energietransitie.

Voor grote multinationals is het afsluiten van een PPA een gangbare praktijk geworden. Voor Belgische KMO’s lijkt dit echter vaak een brug te ver. Het volume dat individueel wordt afgenomen is meestal te klein om interessant te zijn voor grote energieproducenten, en de juridische complexiteit van de contracten kan afschrikken. Toch bestaan er ook voor KMO’s toegankelijke oplossingen om hierop in te spelen.

Praktijkvoorbeeld: De consortium-aanpak voor Belgische KMO’s

De sleutel voor KMO’s ligt in samenwerking. In plaats van individueel te onderhandelen, kunnen bedrijven zich groeperen om gezamenlijk een groter volume te vertegenwoordigen. Belgische sectorfederaties zoals Agoria (technologische industrie) of essenscia (chemie en life sciences) spelen hierin een cruciale rol. Zij faciliteren consortia waarin KMO’s samen een PPA kunnen afsluiten met lokale, vaak offshore, windparken. Deze aanpak maakt grootschalige groene energiecontracten plotseling toegankelijk en beheersbaar voor kleinere bedrijven die anders uit de boot zouden vallen. Dit model van collectieve aankoop verlaagt de drempel aanzienlijk en biedt dezelfde voordelen van prijsstabiliteit en een sterk duurzaamheidsverhaal.

Het communiceren over een dergelijke PPA is een krachtig signaal naar Gen-Z. Het is geen vage belofte, maar een concrete, meetbare actie. U kunt letterlijk zeggen: “De stroom die onze servers en uw laptop voedt, komt rechtstreeks van windmolenpark X voor de Belgische kust.” Dit maakt uw duurzaamheidsbeleid direct relevant en tastbaar voor elke medewerker op de werkvloer.

Belangrijkste inzichten

  • Lokale impact wint: Investeringen in de directe, lokale gemeenschap (zoals sportsponsoring) bouwen meer geloofwaardigheid en goodwill op bij Gen-Z dan anonieme, internationale donaties.
  • Authenticiteit boven perfectie: Wees transparant over uw duurzaamheidstraject, inclusief uitdagingen en dilemma’s. ‘Greenhushing’ (zwijgen) is schadelijker dan ‘greenwashing’ (opscheppen).
  • Strategie is essentieel: Behandel uw MVO-beleid niet als een checklist, maar als een strategisch instrument. Kies acties (mobiliteit, labels, energievormen) die passen bij uw bedrijfscultuur en doelstellingen.

Hoe bereidt u uw KMO voor op de verplichte duurzaamheidsrapportering (CSRD)?

De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is een nieuwe Europese richtlijn die de regels voor duurzaamheidsverslaggeving ingrijpend verandert. Hoewel de verplichting in eerste instantie geldt voor grote ondernemingen, is de impact op Belgische KMO’s onvermijdelijk en niet te onderschatten. U zult als toeleverancier of partner steeds vaker gedetailleerde vragen krijgen over uw eigen duurzaamheidsprestaties. Hierop voorbereid zijn is geen luxe, maar een strategische noodzaak om competitief te blijven.

Volgens de nieuwe wetgeving in België moeten ongeveer 2.500 grote ondernemingen verplicht rapporteren. Deze bedrijven zullen op hun beurt informatie moeten verzamelen uit hun volledige waardeketen. VLAIO bevestigt deze indirecte impact:

Hoewel niet-beursgenoteerde kmo’s niet rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de CSRD vallen, worden ze er wel door beïnvloed. De voornaamste impact die ze kunnen verwachten, is het verzoek om informatie van hun klanten en leveranciers.

– VLAIO, Corporate Sustainability Reporting Directive – Belgische implementatie

Wachten tot deze vragen komen is een reactieve houding. Een proactieve voorbereiding geeft u een strategische voorsprong en versterkt uw positie als betrouwbare partner. Dit proces hoeft niet complex te zijn. Door nu al te beginnen met het verzamelen van data, creëert u niet alleen een solide basis voor toekomstige rapportages, maar ook een schat aan authentieke content om uw MVO-verhaal te onderbouwen.

Uw CSRD-voorbereidingsplan in 5 stappen:

  1. Verken de normen: Download de vrijwillige VSME-standaard (Voluntary SME standard) van EFRAG. Dit is de vereenvoudigde standaard specifiek voor KMO’s en geeft een perfect beeld van de data die u nodig heeft.
  2. Start met dataverzameling: Begin met het meten van basisgegevens zoals energieverbruik, afvalstromen en personeelsverloop. Gebruik de VSME-standaard als leidraad.
  3. Voer een dubbele materialiteitsanalyse uit: Identificeer welke duurzaamheidsthema’s de grootste impact hebben óp uw bedrijf (bv. stijgende energieprijzen) en welke impact uw bedrijf heeft óp de omgeving (bv. CO2-uitstoot).
  4. Creëer een ‘CSRD-light’ rapport: Gebruik de verzamelde data om een beknopt, vrijwillig duurzaamheidsrapport op te stellen. Dit toont proactiviteit naar uw klanten.
  5. Gebruik data voor communicatie: Transformeer elke verzamelde dataset in een authentiek verhaal. Een grafiek over uw afvalreductie is een krachtigere post op sociale media dan een algemene belofte.

Het bouwen aan een duurzaamheidsbeleid dat resoneert met Gen-Z is een strategische marathon, geen sprint. Begin vandaag nog met het implementeren van één concrete, lokale actie. Of het nu gaat om het sponsoren van de jeugdploeg, het aanbieden van een flexibel mobiliteitsbudget of het meten van uw energieverbruik. Het is de meest authentieke eerste stap om uw duurzaamheidsverhaal te bouwen en het talent van morgen aan te trekken.

Koenraad De Smet, Senior HR-strateeg en expert in Belgisch arbeidsrecht en sociale dialoog. Gespecialiseerd in loonoptimalisatie, vakbondsonderhandelingen en talentacquisitie in krappe arbeidsmarkten.